Is hij man of strandpaal?
In het begin van het boek heet ze nog even P., vervolgens Pé, waarna ze de naam krijgt die ze het grootste deel van De achteroverval zal behouden: Noordeloos. En inderdaad, de hoofdpersoon van Patricia de Groots debuutroman, is het noorden behoorlijk kwijt. De andere windrichtingen ook: van iemand die probeert een vorm van ordening in haar werkelijkheid aan te brengen, wordt ze een stuurloze vrouw die meent dat er zich een manspersoon in haar toilet verschanst.
Patricia de Groot: De achteroverval. Contact, 174 blz. €16,90
Het boek bestaat uit vier delen, `verplaatsingen' geheten. In het eerste deel leren we de dan nog naamloze Noordeloos kennen als een kind dat het niet alleen vermeed op de randen tussen de stoeptegels te stappen, maar zelfs als ze dat eenmaal toch gedaan had, dadelijk een nieuw systeem bedacht. Later is ze een lijstjesmaakster die zichzelf streng wil toespreken: `1. Ik mag geen lijstjes meer maken. 2. Op een gladde vloer is het oppassen geblazen. 3. Dat geldt ook voor alle stoepen. 4. En al helemaal voor mensen.' Tenslotte: `7. Ik moet niet zo streng zijn voor mezelf.'
Zo'n hang naar structuur wijst op een defect. Op de tweede pagina van het boek is de hoofdpersoon al eens van het gebaande pad afgeweken, met ernstige gevolgen: wachtend voor de pinautomaat ziet ze de bal van een Turks jongetje op zich afrollen. Ze stapt uit de rij `rent op de bal af en trapt hem zachtjes terug, maar ze richt niet goed of hij, de jongen, is te verbaasd en kijkt meer naar haar dan naar zijn voetbal, in ieder geval de jongen en de bal missen elkaar'. Waarna het jochie achter de bal aan de weg op rent en wordt aangereden. Je zou het voorval kunnen zien als een allesbepalend trauma – uit de band springen wordt gestraft – maar dat hoeft het in dit boek niet te zijn. In De achteroverval is namelijk steeds onduidelijk wat er werkelijk gebeurt en wat zich afspeelt in de verbeelding van Noordeloos. En wanneer zich precies wat afspeelt. `Waarom is het toch zo moeilijk te beginnen bij het begin', vraagt ze zich ergens af.
Wel helder zijn de obsessies van de hoofdpersoon, stuk voor stuk met delen van de wereld van alledag: met lopen, met lopen in rechte lijnen in het bijzonder. Die met vallen, achterover, maar ook voorover. Die met deuren (de deur waar je doorheen wilt, de deur die je beschermt) en de (on) mogelijkheid om contact te leggen met de buitenwereld, en dan vooral: andere mensen. In de laatste twee delen van het boek zijn dat ook steeds mannen: eerst een man in de verte, van wie Noordeloos maar niet uit kan maken of het werkelijk een man is of wellicht toch gewoon een strandpaal. Het brengt haar tot het formuleren van een verlangen: `Geluk, liefde en een zachte dood'. Dat zit er niet in: `Laat me niet lachen!' diskwalificeert ze het trio verlangens even later. Ook in de bizarre laatste `verplaatsing', waarin een insluiper zich opsluit in Noordeloos' toilet en haar leven gaat bepalen, spelen dergelijke huis- tuin- en keukenverlangens nog een rol. Iets tastbaars kunnen die dan al niet meer opleveren; Noordeloos noch de lezer kan nog bepalen wat er in werkelijkheid gebeurt en wat in haar geest.
Dat komt voort uit de vorm die De Groot, in het dagelijks leven redacteur bij een Amsterdamse uitgeverij, heeft gekozen. Ze zit Noordeloos dicht op de huid, beschrijft de gedachten van haar hoofdpersoon zo direct mogelijk, afwisselend in de eerste en derde persoon. Zo wordt haar gekte voelbaar, en wordt duidelijk dat er achter de verwarring, buiten bereik van de maalstroom, waarschijnlijk een leuk mens schuilt. Bijvoorbeeld door de relativerende terzijdes waarmee de minder vrolijke passages afwisselt, zoals het al genoemde lijstje begint met `ik mag geen lijstjes meer maken'. Misschien gaat het zelfs uitsluitend om waanvoorstellingen van iemand die voor haar omgeving verder normaal functioneert – er zijn aanwijzingen dat er alcohol in het spel is.
Dat is op zichzelf geen bezwaar, maar met de geest van de hoofdpersoon blijft De achteroverval uiteindelijk zelf rondjes draaien. De eindeloze terugkeer van de obsessies van de hoofdpersoon – het aantal kaarsrechte lanen, stoeptegels, stappen en dichte deuren is niet te tellen. Daarbij komt een weinig beteugelde liefde voor woordspelige formuleringen: `Ze moet helaas nog een keer door de draaideur, op weg naar buiten, voortaan zal ze serieuzer moeten proberen die te ontwijken, want hoe ze het ook wendt of keert, die gekunstelde draaidingen brengen haar de hele dag van slag'. Dan dreigt De Groots humor in meligheid te verzanden en draait ze met haar hoofdpersoon, haar lezers dol. Maar, om in dezelfde sfeer te blijven: met een regelmatige blik op het kompas, moet De Groot vooruit kunnen komen. Zoals ze over haar hoofdpersoon schrijft: `Elke stap die ze zet is een aanloop'.
Lees verder
Recensies op papier
Deze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.
