Liever spelen dan graven
Claus' Oostakkerse gedichten na 50 jaar nog even rauw en zinnelijk
`Met De Oostakkerse gedichten,' schreef Paul Rodenko in 1955 in de NRC, `heeft Claus wel definitief bewezen een dichter van ongewone betekenis te zijn, die ver boven zijn generatiegenoten uitsteekt. Zijn poëzie is aards, direct, dierlijk zou men willen zeggen'. Maar tegenover deze aardgebondenheid, deze animale aggressiviteit, duikt `steeds weer een ander thema op: het mystieke thema van het ,,grotere'' – het Onnoembare'
Hugo Claus: De Oostakkerse gedichten. De Bezige Bij, 63 en XIII blz. €19,50Georges Wildemeersch: Vrome wensen. Over het literaire werk van Hugo Claus. De Bezige Bij, 206 blz. €17,50Hugo Claus / Jan van Riet: Zeezucht. Behoud de Begeerte, 58 blz. Gratis verkrijgbaar in Vlaamse boekhandels
Rodenko was de eerste in een lange rij van exegeten die zich, nu al een halve eeuw lang, over Claus' poëzie gebogen hebben. De lezer kan ook wel wat hulp gebruiken; De Oostakkerse gedichten zijn en blijven zelfs bij herhaalde lezing mysterieus. Hoe bij voorbeeld is het achtste vers van de cyclus `Een vrouw' te duiden?
Zij is de vogellijm, de seismograaf die triviaal
In mijn brein van mist scheurt en krast.
Haar palestijnse mijlwijzers tekenen de grond
Waar mijn voet treedt – zij is een mierenbeer,
Een verklikker waarvan het parool
langstapelige
Schade in mij grift.
In woestijnzand een schelp van Oostende.
Een nieuwe maan (stand met de lichte zijde)
Najade, najaarshooi,
En Thermidor komt na, steeds nader op tenen,
Bevlekt voorbarig onze minnende vingers.
Palm en sacrament,
Vouwbeen in mijn papieren verwachting,
Siciliaanse pest en vesper die
Bloed en slijm kweekt als een sierkool in mijn cellen.
Silex, donker in mijn kiezelaarde.
Dit lijkt op het eerste gezicht een spontane associatiereeks. Maar let op, waarschuwt Paul Claes in zijn nawoord bij de nu verschenen facsimile-editie van de eerste druk van Claus' bundel. Niet op zingzang drijven deze gedichten, maar op bestudeerde zinspelingen. In zijn proefschrift De mot zit in de mythe toonde Claes al hoezeer Freud en Frazer, de schrijver van The Golden Bough, Claus' poëzie, toneelwerk en proza hebben beïnvloed. Het Oedipus-complex, de oude oosterse landbouwmythen en het magische contrast tussen cultuur en natuur zijn belangrijke motieven, zeker in De Oostakkerse gedichten. In ieder gedicht van die bundel valt op hoezeer `Oostakker' voor Claus een plek is waar familiale, agrarische en religieuze elementen met elkaar verknoopt raken. De vrouw die hij in het boven geciteerde vers van vogellijm tot silex bezingt is zijn geliefde maar heeft, getuige de rest van de cyclus, ook trekken van een moederfiguur die het sacrale belichaamt: een eigentijdse Cybele. Even begeerlijk als verboden, fascinerend maar ook afstotend, bron van goedheid maar ook van gevaar en van ziekte.
In Vrome wensen onderzoekt Georges Wildemeersch de constanten in het werk van Claus. Bijna vijftig bladzijden wijdt hij aan De Oostakkerse gedichten. Geen psychologische, geen mythologische, geen filosofische verwijzing wordt daarbij geschuwd. Wildemeersch biedt veel informatie, maar zijn betoog is grillig. Van hot naar her veegt hij theorieën bijeen, en alles blijkt bruikbaar voor zijn analyse, die meer dan close reading een psychoanalyse is. In tegenstelling tot de rest van zijn boek is dit hoofdstuk bovendien grotendeels in brak geleerdenproza geschreven. Liever is mij dan ook het beknopte nawoord van Paul Claes. Zijn heldere tekst biedt net die achtergrondinformatie die een recreatieve lezer op het poëtische spoor kan zetten.
Wildemeersch wekt de indruk bovenal te willen weten hoe Claus zijn dieper ik in woorden goot. Tegelijkertijd echter meldt hij, elders in zijn essaybundel, dat Claus zichzelf niet tot de zogenaamde `gravers' rekent. Hij hoort niet tot de schrijvers die op zoek zijn naar `het diepe van de eigen identiteit', maar beschouwt zich als een `speler'. Intellectualiteit en intuïtiviteit ontmoeten elkaar in zijn literaire spel. Het is fout, betoogde hij in 1956, `intuïtiviteit tegenover rede te stellen. Zij moeten het geheel vormen dat poëzie levert.' Een halve eeuw later is duidelijk dat Claus alle registers van zijn spel beheerst; maar heeft zijn spel ook regels? Als schrijver wil hij zich nergens op vastleggen. Hij schrijft, concludeert Wildemeersch, gedichten over de natuur, hoewel hij er geen enkele binding mee zegt te hebben. Claus is een atheïst die beweert `dat al zijn boeken religieuze werken zijn, een mytholoog die constateert dat de mot in de mythe zit, een Oedipus die beweert niet erg in de psychoanalyse te geloven, en een schrijver die zegt dat alle schrijvers leugenaars zijn.'
Bij zo'n schrijverschap is elke poging tot tekstverklaring in principe vergeefs. Het is nuttig te weten dat Oostakker het `Vlaamse Lourdes' is, een Maria-bedevaartsoord bij Gent, en dat Claus' ouders daar woonden. Tijdens de zomer van 1952 kwam Claus na een verblijf van bijna drie jaar in Parijs terug in Vlaanderen. Eind januari 1953 vertrok hij naar Italië; in de tussentijd vertoefde hij in Oostakker. Daar hervond hij zijn ouders en broeders, en daar zag hij de mensen weer tegen wie hij zich dikwijls verzet had, maar die toch voor altijd hun stempel op zijn leven hadden gedrukt. Die hernieuwde confrontatie gaf een schok, en die schok klinkt door in De Oostakkerse gedichten. Het is nuttig het biografische kader van gedichten te kennen, zoals het nuttig is om althans enig vermoeden te hebben van de thematiek. Maar het zijn niet die elementen die De Oostakkerse gedichten maken tot wat ze zijn: een absoluut hoogtepunt in de Nederlandse poëzie. Ze zijn dat vooral ook dankzij het krachtige idioom en de gedreven motoriek van Claus' versregels.
Rodenko zag het goed. Met deze bundel verhief Claus zich boven zijn generatiegenoten, al zijn wij achteraf misschien geneigd een uitzondering te maken voor Lucebert. Zelf vind ik Claus echter diverser dan het orakel van Bergen, en daarom ook boeiender. Dat De Bezige Bij nu een facsimile-editie uitbrengt, is meer dan een historisch gebaar. In december 1953 verscheen de oerversie van deze bundel in het tijdschrift Tijd en Mens. Dat is een halve eeuw geleden, maar De Oostakkerse gedichten lezen nog als waren ze nieuw. Het is ook uitnodigend om de eerste druk te vergelijken met de gewijzigde versie in Gedichten 1948-1993. In het achtste vers van de cyclus `Een vrouw' zijn de mijlwijzers daarin niet meer Palestijns, de tiende en de elfde regel zijn geschrapt, en het vouwbeen is niet meer `in mijn papieren verwachting'. De herdruk is bovendien een facsimile van Claus' eigen exemplaar, waarin hij hier en daar in handschrift heeft aangegeven vanwaar hij bepaalde uitdrukkingen heeft overgenomen. De meeste van die uitdrukkingen zijn ontleend aan het werk van dichtende voorgangers, zoals collega's later ook op De Oostakkerse gedichten hebben ingehaakt. Zo publiceerde Jan G. Elburg in 1971 zijn contravormen naar 5 oostakkerse gedichten van hugo claus.
Sinds 1955 verschenen van Claus zeker twintig andere dichtbundels, en daaraan is deze maand nog een uitzonderlijke toegevoegd. In opdracht van Behoud de Begeerte in Antwerpen schreef de dichter verzen bij schilderijen van Jan van Riet. Vervolgens maakte de kunstenaar schilderijen die volgens hem beter bij de gedichten pasten. Een andere keer was een gedicht het vertrekpunt voor een soortgelijke weg. Het resultaat is Zeezucht, een fraai uitgevoerde bundel met vijfentwintig gedichten en evenzoveel illustraties. De verzen zijn op en top Claus: voor de vuist weg, rauw, zinnelijk, en vol raadselachtige maar niettemin trefzekere beelden. Bijzonder is dat de bundel gratis in België, onder meer via boekwinkels en tijdens de Poëziezomer Watou, wordt verspreid. Dat is een tocht naar het zuiden waard.
Op de teevee
Ik heb op het scherm
de vogels gevolgd
Hun trek is de winter
Hun sterven een hinderlaag
op de pier
van Blankenberge
Van het ene seizoen
naar het andere jaar
En de maanden verglijden,
de maandagen vooral
De middag ruikt naar oliën
en paardenpis
naar een gedachte
naar een gedachtenis
Ik hoor het op zolder
scharrelen
het kind zonder kist
Uit Hugo Claus: Zeezucht
Op de teeveeIk heb op het schermde vogels gevolgdHun trek is de winterHun sterven een hinderlaagop de piervan BlankenbergeVan het ene seizoennaar het andere jaarEn de maanden verglijden,de maandagen vooralDe middag ruikt naar oliënen paardenpisnaar een gedachtenaar een gedachtenisIk hoor het op zolderscharrelenhet kind zonder kistUit Hugo Claus: Zeezucht
Lees verder
- Claus, Hugo
De eeuwige Nederlandstalige kandidaat voor de Nobelprijs was van alle markten thuis (hij was ook ... - Wildemeersch, Georges
- Riet, Jan van
Besproken boeken
- De Oostakkerse gedichten
auteur: Claus, H.
Recensies op papier
Deze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.
Besproken boeken
- De Oostakkerse gedichten
auteur: Claus, H.
