Mannen op drift; Jagtlust en de letteren
Annejet van der Zijl: Jagtlust. Hoe in een Goois buitenhuis de wereld openging. Meulenhoff, 176 blz. f34,90
Wat was het een mooie warme zomer in 1956. In het gevolg van Remco Campert trok de halve Leidsepleingroep van jonge kunstenaars met liters slechte wijn in de achterbak van de auto naar Blaricum om de hele nacht zomerfeest te vieren in de villa Jagtlust. Het was druk op het domein van de onweerstaanbare Fritzi ten Harmsen van der Beek. De jonge Simon Vinkenoog kwam langs, net als tekenaar Frits Muller, Jan Vrijman, Rob Wout Jan Sierhuis, Eddy Posthuma de Boer, Bert Schierbeek, Jan Sierhuis, Frank Lodeizen en Ed van der Elsken. Cees Nooteboom werd er de deur uitgezet. En Harry Mulisch vond het aangenamer op het naburige Kasteel Groeneveld want mensen die zichzelf al te serieus namen hadden het moeilijk op Jagtlust.
Jagtlust is een mythe geworden. Een twintigste-eeuwse pendant van de Muiderkring, maar dan niet het buitengewoon beschaafde lees- en muziekclubje van P.C. Hooft, maar een verzameling avantgardistische kunstenaars die zich gezamenlijk overgaven aan drank, drugs, dans en liefde terwijl de rest van Nederland in opperste saaiheid aan de wederopbouw werkte. Alles waar Nederland zich eind jaren zestig zo massaal aan overgaf, was tien jaar eerder op Jagtlust al gedaan door een groep mensen die in de loop der jaren het culturele gezicht van het land zouden bepalen. Want ook Gerard Reve, J. Bernlef, Jan Eijkelboom en Theo Sontrop maakten er hun opwachting. De laatste woonde zelfs tien jaar in de villa.
In haar biografie van het huis - Jagtlust - noemt Annejet van der Zijl dat feestelijke landhuis in het grauwe naoorlogse Nederland 'een van de meest tot de verbeelding sprekende voetnoten uit de vaderlandse geschiedenis.' Het blijkt ook uit de onafzienbare literatuurlijst achterin het boek. Iedereen wil zich wel laven aan de verhalen van aanstaande beroemdheden in hun wilde uitspattingen. Meestal gaat dat in de vorm van erg vaak navertelde anekdotes als het glas urine dat Gerard Reve in enkele teugen leegdronk. Niets is voor een onderzoeker aantrekkelijker dan een mythe, dan een geidealiseerd stukje verleden dat erom smeekt weer herleid te worden tot wat er werkelijk gebeurde. Zoals ook de Muiderkring in de loop der jaren gereconstrueerd is aan de hand van eenvoudige vragen als wie kwamen er, hoe vaak kwamen ze, wat deden ze eigenlijk en wat voor invloed hebben de bijeenkomsten op ze gehad.
Achter de mythe
Al in haar proloog toont Van der Zijl, redacteur van HP/De Tijd, zich bewust van de werkelijkheid achter de mythe: ze heeft het over de ondertoon van treurigheid in de verhalen die ze optekende 'om waar het allemaal op uitgelopen is'.
Het beeld van Jagtlust hoeft niet langer beperkt te zijn tot de kunstzinnige vrolijkheid: nu krijgen we het hele verhaal.
Dat is voor het overgrote deel het verhaal van Fritzi ten Harmsen van der Beek. Met haar broer Hein groeide ze op in een artistiek Goois gezin. Ze verloren jong hun ouders, waarna de erfenis er met verve doorheen werd gejaagd. Ruim een jaar na de dood van vader Eelco ten Harmsen van der Beek was het geld schoon op. Het ouderlijk huis kon niet langer betaald worden. Fritzi liet het oog vallen op de leegstaande villa Jagtlust en betrok er de bovenverdiepingen. Veel later zou die kraakactie worden gelegaliseerd: de Gemeente Amsterdam kocht het huis aan en benoemde Fritzi tot huismeester.
De echte rol van Jagtlust in de cultuurgeschiedenis begint als Fritzi op het Boekenbal van 1956 de jonge dichter Remco Campert ontmoet. Hij valt voor haar, gaat nog dezelfde nacht mee naar Blaricum en zal er bijna drie jaar wonen. Via Campert komt de hele Leidsepleinscene ook in de villa feesten en vanaf dat moment is de faam van Jagtlust zo groot dat iedereen wel langs wil komen. Al is het maar om kennis te maken met Fritzi, de wat onberekenbare prachtige vrouw die er de scepter zwaaide. Zij was het middelpunt van het feest. Ze was niet alleen een uitstekend dichteres die vrijwel haar hele leven halsstarrig weigerde te publiceren, ze was ook een bijzonder illustratrice. Toen de eerste brievenboeken van Gerard Reve uitkwamen zagen de intimi hoe haar spraak zijn schrijfstijl had beinvloed. Vandaar dat veel mannen graag de titel van 'verloofde' wilden dragen. Verlovingen die altijd van zeer korte duur waren.
De talenten van de aanwezigen op Jagtlust mogen dan groot geweest zijn, het huis was geen broedplaats van artistieke activiteit.
Men kwam drinken, vrijen, slapen en op het dak in de zon zitten. Dat dak speelt een zeer prominente rol in de illustraties van Jagtlust. Fritzi en Remco op het dak. Fritzi's zoontje Gilles, vrucht van een eerdere verloving, op het dak. Cees Nooteboom op het dak. En een grote groep samen op het dak. Of men zat echt altijd op het dak of er is ooit een keer een fototoestel mee het dak op genomen. Op een foto maakt men een kolderiek dansje voor de ingang op de begane grond.
De volgende ochtend probeerde men de kater te verdrijven met een staartje whisky en gingen de feestgangers op zoek naar eten in het dorp, wat nog een hele klus was door hun chronische geldgebrek. Zo verscholen de bewoners van Jagtlust zich ook wel dagenlang in het huis om te ontkomen aan boze middenstanders uit de buurt.
Die onhollandse genotzucht in de omgeving van vergane Gooise glorie is de kern van de mythe die er van Jagtlust bestaat. Van der Zijl zet daar de tragiek tegenover. Immers, iedereen verdween van Jagtlust. Campert wilde 'schrijven, schrijven en nog eens schrijven' en ook de anderen bleken uiteindelijk elders iets beters te doen te hebben. Fritzi bleef min of meer alleen achter. Het door katten en honden overbevolkte huis werd per jaar smeriger. De laatste ambtenaren die haar daar bezochten baanden zich een weg door de gang met lege flessen om uiteindelijk plaats te nemen op een fauteuil waaronder een grote verse hondendrol lag.
Van een levende legende werd Fritzi een verlopen legende. Dat haar zoon Gilles - als peuter kruipend tussen halflege wijnglazen en volle asbakken, meldt Van der Zijl beeldend - zich ontwikkelde tot een van de eerste Amsterdamse junkies deed haar ook al geen goed.
Dat uitgevers letterlijk over de grond rolden om een van haar gedichten in handen te krijgen, deed haar niets. Nog jaren werden Fritzi literaire prijzen toegekend voor haar zeer bescheiden oeuvre, in de stille hoop dat het haar tot verder schrijven zou aanzetten. Ze deed het niet. Toen uiteindelijk in 1971 de gemeente Amsterdam berichtte dat Jagtlust ontruimd moest worden, organiseerde een aantal vrienden een 'reddingsactie' voor de bewoonster: er werd een huisje in Groningen voor haar gevonden, waar ze nog altijd woont.
Personenregister
Door het uitgebreide relaas van dat verval en door de royale voorgeschiedenis van de familie Ten Harmsen van der Beek is Van der Zijl erin geslaagd om de mythe van Jagtlust in een kader te plaatsen. Helaas is dat iets heel anders dan de mythe werkelijk onderzoeken. Na het lezen van het boek is duidelijk dat er bij de plezierverhalen ook vervelende verhalen horen, maar wat er nu werkelijk is gebeurd, weten we nog steeds niet.
Van ontzettend veel mensen weten we dat ze op Jagtlust zijn geweest, haast van zoveel mensen dat je tijdens het lezen vreest in het personenregister beland te zijn, maar hoe vaak ze kwamen en hoe lang ze bleven? En werden al die zomers en weekeinden inderdaad alleen maar doorgebracht met de vrijgevochten feestelijkheden waar de rest van het land tien jaar later aan zou beginnen? De verschillende Jagtlust-gangers die in het boek aan het woord komen hebben blijkbaar geweigerd verder te gaan dan de reproductie van oude verhalen met een toefje historische reflectie ('een broedplaats van alles wat er in de jaren zestig en zeventig op veel grotere schaal gebeurde'). Of Van der Zijl heeft er niet naar gevraagd. Jagtlust is zo niet veel meer dan een weliswaar zeer vlotte hervertelling geworden van anekdotes die we wel kenden, aangevuld met het verhaal van een neergang die we hadden kunnen bedenken.
Recensies op papier
Deze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.

