Mi Tsoe Poertie Snik Oerdbeze Joehoe; Simon Vinkenoog 70 jaar
Simon Vinkenoog: Vreugdevuur. Passage, 47 blz. ƒ 29,90 Simon Vinkenoog: Zolang te water / Wij helden / Hoogseizoen. De Bezige Bij, 461 blz. ƒ 45,- Simon Vinkenoog: Herem'ntijd, Kroniekschrijving van 30 jaar Wereld in Beweging. Bres, 414 blz. ƒ 45,-
Vreugdevuur luidt de titel van de jongste, zoveelste dichtbundel van schrijver, performer en New Age apostel Simon Vinkenoog, die deze week stralend zijn 70-ste verjaardag viert. En dat zal geen van de vele volgers-op-afstand van het fenomeen Vinkenoog verbazen. Want wie 'Vinkenoog' zegt, die zegt met een glimlach om de lippen 'oude hippie', 'eeuwige jongeling', 'forever young'. Geen poëzie- of benefietfestival, of hij kwam er de afgelopen decennia met zijn wapperende manen en bezwerende gebaren opdraven om kond te doen van de blijde boodschap van liefde, vrijheid en geluk. Logisch dat bij zo'n super-positivo het vuur nog steeds brandt.
Toch zijn het, verrassend genoeg, kleine vlammetjes die opflakkeren in deze bundel, geredigeerd door Coen de Jonge, Vinkenoog-watcher bij uitstek. Zeventig jaren leven, lijden en liefhebben blijken ook op Simon Vinkenoog, zelfs op Simon Vinkenoog, een louterende invloed te hebben. De wervelende derwisj is een bedachtzame zenmeester geworden die stille wijsheid prevelt waar eens luidruchtig gestamel klonk.
Vormvast zijn ze, de twintig bijna-haiku's uit Vreugdevuur. Meestal zo'n tien regels kort, tweeregelig gepaard, karig van taal, uitgebeend tot op het bot. Eindverzen: 'tot het even niet meer te zeggen is / even onweerlegbaar als onomstotelijk // het laatste woord / dood'. Sporadisch slechts klinkt de bezwerende, belerende toon die we zo goed kennen van Simon Vinkenoog: 'luister, je hart slaat / de tamboer van de regelmaat // nog altijd woord en daad / eten dat op tafel staat.'
Zo is Simon Vinkenoog na een halve eeuw terug bij 'af'. Niet bij zijn onzachtzinnige poëziedebuut Wondkoorts uit 1950, dat bol stond van grote woorden als 'haat' (18x), 'dood' (15x) en 'bloed' (13x). Wèl bij zijn prozadebuut Zolang te water uit 1954, dat zijn twaalfde druk beleeft. Ook daarin komen voornamelijk zachte, aarzelende stemmen aan het woord.
Dat het boek destijds enorme opschudding veroorzaakte - zoals te lezen valt in de recensies achterin - zegt meer over het benauwde klimaat van de jaren vijftig, dan over de intrinsieke waarde van Zolang te water. In een land dat de mouwen opstroopte voor de wederopbouw, waren sommige onderwerpen nu eenmaal taboe, ook in de literatuur: bij je vrouw weglopen bij wie je een half jaar daarvoor een zoon hebt gekregen; een grauwe hotelkamer in Parijs prefereren boven een keurig woninkje in Amsterdam; je argeloos laten verleiden door een oudere homo; veel wijn drinken, veel dromen en nergens echt in geloven.
Ontdaan van het moralisme waaronder het werd bedolven, openbaart Zolang te water zich als een authentiek en eerlijk boek. Een éducation sexuale waarin 'een kleine lange jongen' zijn geboortestad ontvlucht om te belanden in een schemerig doolhof van jaloezie, romantiek en poëzie.
Veel elementen uit Vinkenoogs persoonlijke biografie zijn in Zolang te water verwerkt. Zoals zijn angstige jeugd in Amsterdam-Noord en de Pijp, als 'bleekscheet' tussen stoere arbeidersjongens. Of zijn wrede kennismaking met orde en gezag, toen zijn stiefvader hem aangaf bij de politie wegens homo-erotische avontuurtjes. Ook de vlucht uit Amsterdam, op twintigjarige leeftijd, is autobiografisch. Net als het achtjarig verblijf in Parijs dat nieuwe liefdes brengt, artistiek gelijkgestemden, jazz en marihuana. Dezelfde autobiografische elementen, aangevuld met ervaringen op reizen naar Zuid-Amerika en India, vinden we terug in Wij helden, Vinkenoogs tweede prozaboek (1957).
Méér dan in Zolang te water wordt in Wij helden met deze elementen gespeeld, worden ze gekneed tot 'echte' fictie. Traditioneel is het boek allerminst. Er wordt driftig geswitcht tussen heden en verleden, 'ik' en 'hij', waan en werkelijheid, Amsterdam en Parijs. Toch vliegt deze literaire cakewalk nergens uit de bocht. De lezer raakt nergens het spoor bijster in de wirwar van herinneringen, associaties, dromen en flashbacks. Zelfs Ton Anbeek, verklaard tegenstander van 'ander' proza, kan in zijn overzichtswerk Na de oorlog aan Wij helden 'enige vaart niet ontzeggen'.
Genoeg redenen om de heruitgave van Vinkenoogs eerste twee romans in één kloeke band toe te juichen. Voor zijn derde prozawerk, Hoogseizoen (1962), geldt dat minder. Want het 'magisch centrum' Amsterdam dat hij daar in kaart bracht, maakt anno 1998 een povere indruk. Hoeveel rumoer Hoogseizoen bij verschijning ook veroorzaakt mag hebben (men zie wederom de toegevoegde recensies). En hoevelen zich er ook aan verlustigd hebben.
De stoutigheden die beschreven worden - het roken van geurige kruiden, het slikken van kleurige pilletjes, het feesten tot het morgengloren en het vrolijk van bil tot bil gaan - hebben hun glans van geheimzinnigheid en rebellie al lang verloren. Ze kregen een plaats op de menukaart van de moderne hedonist. Of ze werden bijgezet in het menselijk rariteitenkabinet, afdeling 'sixties'.
Hoogseizoen maakt behalve een povere, ook een oppervlakkige indruk. De grootse gedachten en gevoelens van 'Remco C.', 'Jan C.', 'Blijman', 'Vinkenoog', 'Armando', 'Ramses Shaffy' en 'Boebie' blijven in nevelen gehuld. Geen wonder dat op de laatste bladzijden slechts wartaal wordt gesproken: 'mi tsoe poertie snik oerdbeze joehoe'.
Nog geen jaar na publicatie van Hoogseizoen verklaarde Vinkenoog dat zijn literaire sociogram van het Leidseplein 'een heel goed boek' had kunnen worden. Als hij er 'maar de rust' voor had gehad. Te oordelen naar de boeken die sindsdien verschenen, heeft hij die rust pas laat gevonden. Vanaf Liefde, een auto-historisch essay uit 1965, stond niet langer het magisch centrum Amsterdam centraal, maar het magisch centrum Simon Vinkenoog. Elke ingeving, elke droom en elk visoen was het waard om tot literatuur te worden verheven.
'Lâchez tout!', riepen de Franse surrealisten in de jaren twintig. 'First thought best thought!', proclameerden Allen Ginsberg en andere beat-auteurs in de jaren vijftig. “Ik zet me achter mijn schrijfmachine, laat remmen los, schakel over op een of meer versnellingen en zie wat er van komt”, kraaide Vinkenoog in Nederland. De stille prozaschrijver Simon Vinkenoog was gestorven; de luidruchtige performer Simon Vinkenoog geboren. Toch was er al die decennia dat Vinkenoog door de literatuur zwierde, ook een nuchtere Vinkenoog. Een regelneef en een netwerker die zorgde dat hij - en anderen - buiten eigen kring gehoord werden.
In het begin van zijn Parijse tijd attaqueerde hij in zijn roemruchte eenmanstijdschrift blurb met veel bravoure de dreigende culturele restauratie in Nederland. In 1951 was hij initiator, samensteller en inleider van de prachtbundel Atonaal, waarmee de Vijftigers voor het voetlicht traden. Tussen 1957 en 1961 redigeerde hij, tussen negen en vijf, als redactie-secretaris van de Haagse Post, met straffe hand de artikelen die hij 's avonds en 's nachts in cafés aan zijn vrienden Armando, Vaandrager, Kousbroek en Vrijman ontlokte. In 1963 publiceerde hij het manuscript Ik Jan Cremer (tot de paperclips op waren). In 1966 was hij bedenker en ceremoniemeester van het verpletterende Poëzie in Carré. In datzelfde jaar bracht hij een knappe vertaling uit van Howl en andere gedichten van Allen Ginsberg. En vanaf de jaren zeventig was hij de begenadigde begeleider van talrijke workshops in buurthuizen en scholen, waar veel prozaïsch aangelegden ontdekten hoe leuk poëzie kan zijn.
Ook was er, vanaf 1968, elke twee maanden de rubriek 'Wereld in beweging' in Bres, 'onafhankelijk tijdschrift over keerpunten in mens en cultuur'. Ter gelegenheid van Vinkenoogs zeventigste verjaardag is daaruit een uitvoerige bloemlezing verschenen, Herem'ntijd. Naast de Danser en de Doener treedt daarin een derde verschijningsvorm van het fenomeen Vinkenoog naar voren: de Ziener.
De actieradius van deze magiër strekt zich verder uit dan de Amsterdamse dijk waar 'de kleine jongen' uit Zolang te water voor het eerst de liefde bedreef. Verder dan de uche-uche parade over het Leidseplein die in Hoogseizoen voorbijtrekt. En ook verder dan de LSD-trips langs de bodem van het onderbewustzijn waarvan Liefde verslag doet. Alles is het waard gesignaleerd en overdacht te worden: een nieuw boek uit de Don Juan-cyclus van Carlos Casteneda, een lezing van de Tibetaanse goeroe Chöngyam Trungpa, een bericht van een dame uit de Achterhoek die 'contact heeft' met de overleden stichter van de soefi-beweging. Met daartussendoor, als altijd, (jeugd)herinneringen, verslagen van optredens, goede voornemens, mooie dromen, opbeurende woorden, cosmic gossip.
Vele profeten, voorgangers en rattenvangers uit het panopticum van de New Age-beweging passeren in Herem'ntijd de revue. En ook Jezus Christus - die Vinkenoog in december 1963 persoonlijk een bezoek bracht - wordt wel eens om raad gevraagd. Voor een normale sterveling is het misschien wat te veel van Het Goede, deze rough guide voor het buitengewone en paranormale. Voor hem of haar is waarschijnlijk de gebruiksaanwijzing bedoeld die Simon de Ziener zijn boek meegeeft: 'Mondjesmaat te lezen'.
Meteen doorstoten naar Vreugdevuur - waar al dit zoeken en strompelen toe geleid heeft - is een andere, virtuele mogelijkheid.
Mirakels Het kind van Amsterdam lange adem rond grachtengordel waar Mozes van de bergen kwam op weg naar nieuw Jeruzalem tien geboden die tot ervaren noden Uit: Vreugdevuur
Lees verder
- 13-07-2009 necrologie: Altijd hunkerend naar de totale ervaring
- Vinkenoog, Simon
Recensies op papier
Deze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.
