Moeder steekt de kop in het stro

Meer en veel boerenleven in Gerbrand Bakkers tweede roman ‘Juni’

De verwachtingen voor Juni, Gerbrand Bakkers tweede roman, zijn na zijn succesdebuut ‘Boven is het stil’ hoog gespannen. Er zijn overeenkomsten, maar zijn er ook verschillen?
Het was er nog niet van gekomen om Boven is het stil van Gerbrand Bakker te lezen, de literaire ontdekking van 2006. Ik had de zestiende druk in handen. Het boek was in 2007 genomineerd voor de Anton Wachterprijs en de Librisprijs. Het had de Debutantenprijs en het Gouden Ezelsoor gewonnen. Er was een verfilming op komst. Het was in een stuk of tien talen vertaald, waaronder het Koreaans. Zoveel succes stemde tot enig wantrouwen, maar al snel gaf ik me gewonnen. Eigenlijk al na de sterke, al veel geciteerde eerste zin: ‘Ik heb vader naar boven gedaan.’ In kernachtige formuleringen werd hier een portret gegeven van een eenzame, stugge boerenzoon in een Noord Hollands polderdorp. Hij had willen studeren, maar bleef hangen in het ouderlijk huis. Daar molk hij eindeloos koeien, sleurde hij sneue schapen uit de sloot en haalde hij herinneringen op aan zijn tragisch verongelukte tweelingbroer – en aan alles wat anders was gelopen dan gehoopt. En daarna kwam hij toch nog, aangrijpende passage, met zijn gehate vader in het reine. Een hoogst opmerkelijk verhaal: somber en treurig, maar ook geestig. Een beetje mal en ouderwets, maar ook ontroerend.
Na Boven is het stil volgde Perenbomen bloeien wit, een inderhaast opnieuw uitgegeven jeugdroman. En Ezel, schaap en tureluur, een bundel met korte beschouwingen over dieren. Maar de blik was natuurlijk vooral gericht op de tweede roman. Wat zou je daarvan kunnen verwachten, drie jaar na zo’n bijzonder debuut? Het omslag van Juni verwijst meteen weer naar iets landelijks: een verweerde houten deur met een roestig haakje eraan en een sleutelgat waar je stro doorheen kunt zien. Suggestie: er houdt zich iets schuil achter deze oude boerendeur.
Net als in zijn debuut doet Bakker hier inderdaad aan een geleidelijke ontraadseling. Wat gebeurde er precies op 17 juni 1969 – de dag waarop koningin Juliana een bezoek bracht aan de gemeente Wieringerwaard? En wat waren de gevolgen van die dag, die zo tragisch zou verlopen? De roman scharniert rondom twee junidagen: één in 1969 en één in 2009, veertig jaar later dus. We maken kennis met de familie Kaan: nerveus doenerige vader, nukkige moeder, drie tobberige zoons, bitse schoondochter en vroegwijze kleindochter van vijf. Van de drie zoons zijn er twee vrijgezel en is er een ongelukkig getrouwd. Ze zitten alle drie zonder werk. Het gezin Kaan is nooit over het verkeersongeluk dat op 17 juni 1969 een eind maakte aan het leven van de tweejarige Hanne heen gekomen. Dat geldt ook voor bakker Blom, die de fatale botsing veroorzaakte. Dit geeft ongeveer de grauwe contouren aan van deze familie- en dorpskroniek: veelvuldig gepieker over vroeger, geklaag over het hier en nu, nadrukkelijk gezwijg over pijnlijke herinneringen, gedrentel over de begraafplaats en onmin met ‘moeder’ over van alles en nog wat. Zij wil niet dat het grafje van haar dochter wordt opgeknapt, al gaan haar zoons evengoed met schuurborstels, verfkwasten en verse kiezelsteentjes in de weer. Moeder zelf steekt haar kop liever in het zand. Of in het stro. Eens in de zoveel tijd neemt zij haar intrek op de strozolder.
De zinnen zijn ook deze keer kort en knoestig, maar de geladen stilte is hier ver te zoeken. Het is zelfs een gekakel van jewelste. Anders dan in Boven is het stil, trekt hier een defilé aan personages voorbij, die allemaal hun zegje moeten doen en een achtergrond moeten krijgen. Het gevolg is dat niemand goed uit de verf komt. De broers Jan, Klaas en Johan zijn nauwelijks van elkaar te onderscheiden. De moeder is een ziekelijke aandachttrekster. Ook de bakker-in-ruste heeft niets interessants te melden. Wel krijgen we een keer of twintig te lezen dat hij er ‘schraal’ uitziet. En zo wordt er eindeloos gekauwd en geherkauwd op de gebeurtenissen van die warme junidag. De dag wordt, om in boerentermen te blijven, helemaal uitgemolken. Er blijft niets van over – niets sappigs, niets grappigs, niets ontroerends. Hoeveel stro, stront en West-Friese stuursheid Bakker er ook in heeft gestopt – het drama van het dode meisje wil maar niet tot leven komen.
Het enige verrassende personage in de roman is de 60-jarige koningin Juliana, die tijdens dit bezoek aan de Wieringerwaard enige rebellie vertoont. Zij schopt het strakke tijdschema in de war door ongeprotocolleerd twee dwerggeitjes in ontvangst te nemen, te veel wijn en sherry te drinken en haar onverdeelde aandacht te geven aan willekeurige burgers. En passant vervangt ze een zure assistente voor een aantrekkelijke jongeman. Zij verheugt zich op de terugreis met hem achterin de dienstauto. Misschien moet Bakker de boerderij en het erf nu maar eens achter zich laten en zich richten op een fijne roman over, bijvoorbeeld, paleis Soestdijk.

Recensies op papier

Boekenbijlage NRC HandelsbladDeze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.