Onvervulbaar Deens verlangen

Vertaalde gedichten van Henrik Nordbrandt

De Deense dichter Henrik Nordbrandt en de Nederlandse dichter Slauerhoff hebben elkaar nooit ontmoet; Slauerhoff overleed in 1936 en Nordbrandt werd negen jaar later in Kopenhagen geboren. Toch zouden ze elkaar herkend hebben; het zijn verwante zielen. Slauerhoff had een levenslange voorliefde voor het mediterrane gebied, vooral Portugal en Spanje. De Deen Nordbrandt, even rusteloos als Slauerhoff, verliet zijn geboorteland al snel om zich voorgoed buitenslands te vestigen; hij woonde in Turkije, Griekenland en Italië. Zijn poëzie is doortrokken van het licht van de Middellandse Zee, de architectuur van Griekenland, de kleuren van het antieke landschap. Hij schreef, behalve talloze dichtbundels, een roman en een Turks kookboek. In 1966, op eenentwintigjarige leeftijd, debuteerde hij met een bundel die eenvoudig Gedichten heette.

Henrik Nordbrandt treedt op tijdens Poetry International op de openingsavond 17/6 en op 19/6, 22/6. Plaats: Schouwburg, Rotterdam. Inl.010-2822777; www.poetry.nl.

In 1998 verscheen zijn eenentwintigste bundel Droombruggen (Drommebroer). Onder dezelfde titel maakte vertaler Gerard Rasch een keuze uit zijn oeuvre. De bundel, die de jaren 1969-1998 bestrijkt, is een verrassing. Nordbrandt is een romantische dichter. Er wordt veel gereisd in zijn poëzie, maar ergens aankomen is een vergeefs verlangen. In het gedicht `Waarheen we ook reizen' drukt hij de machteloosheid van het reizende bestaan prachtig uit: `Waarheen we ook reizen, we komen altijd te laat/ om datgene te vinden waarvoor we op weg gingen./ En in welke steden we ook verblijven/ altijd kwelt ons de ongrijpbare nabijheid/ van de huizen – te laat is het om er terug te komen/ van de tuinen – te laat is het om er een maannacht door te brengen/ en van de vrouwen – te laat is het om hen te beminnen.'

De kracht van Nordbrandts poëzie schuilt in een mengeling van toegankelijkheid en mystiek. De gedichten zijn, op het eerste gezicht, tamelijk snel te doorgronden maar roepen bij herlezing steeds meer raadsels op. Een mooi voorbeeld daarvan is de kwelling die de `ongrijpbare nabijheid/ van de huizen' oproept. Ongrijpbaarheid en nabijheid vormen een sterk contrast, en juist daarom is het beeld volmaakt. De ik-persoon uit het gedicht kan de geslotenheid van de huizen waar hij langs loopt niet doorbreken. Dat is een puur romantisch gevoel; dichtbij en toch ver weg, aanwezig en tegelijk onvindbaar.

Er is veel sprake van leegheid in Droombruggen. Ook de titel verwijst daarnaar; alleen in dromen kunnen we bruggen slaan naar het onbereikbare. Geen poëzie in de traditie van Slauerhoff zonder de verre geliefde. Nordbrandt weet met dat thema goed raad, zelfs in de verstilde intimiteit van na het liefdesspel. In het gedicht `Vaart' vergelijkt hij twee gelieven met zeilschepen: `Nadat we hebben gevrijd liggen we dicht bij elkaar/ en tegelijkertijd op enige afstand/ als twee zeiljachten elk genietend/ van hun eigen lijnen in de donkere wateren (–)/ Maar er zijn ook nachten waarin we wegdrijven/ als twee feestelijk geïllumineerde cruiseschepen/ die zij aan zij liggen. (–)/ En de zee is vol oude, vermoeide schepen,/ die wij tot zinken hebben gebracht/ in onze poging elkaar te bereiken.' Die tragische wending aan het slot is doeltreffend en doet het gedicht honderdtachtig graden draaien. Het vredige tafereel van geluk, van genoten liefde, wordt in een keer om zeep geholpen, alsof het schip op een zeemijn loopt.

Bij onvervuld verlangen hoort gespletenheid. De dichter zoekt – maar als hij vindt, dan is hij opnieuw ongelukkig. Dat herinnert aan de beeldspraak die Rutger Kopland eens bedacht: `Wie wat vindt heeft slecht gezocht.' Een dichter als Nordbrandt wìl niet vinden, het geluk niet deelachtig worden, want dan is hij zijn poëtische inspiratie kwijt. Die paradox verwoordt hij in `Je sneed een roos af' over een vrouw die een roos in een glas plaatst naast de afscheidsbrief: `Ik gooide de roos in een roeiboot/ en liet de boot met de stroom meedrijven.' De dichter zou haar achterna willen reizen, maar zij is spoorloos, daarom is hij gedwongen thuis te blijven, in een kamer vol herinneringen aan de geliefde: `Blijven is weten./ Reizen is lijden./ Het eerste wil ik niet./ Het laatste breng ik niet op.' Elders heet het over de liefde: `Ik zag mijn geliefde in de deuropening staan/ ik had haar dus verlaten.'Nordbrandt moet er zich van bewust zijn dat zijn poëzie het gevaar loopt te overgevoelig te worden. Hij zoekt terecht ook de harde en grimmige kant van het dichterschap op, als om het sentiment te bezweren. Genadeloos is zijn aanval in het gedicht `Ars poetica' op zichzelf, de gevoelvolle dichter: `Ik houd ook niet/ van mij/ en vind mij afstotend, wanneer ik nu en dan/ op tekens van mij stuit, maar besta alleen/ waar ik doodga, en ga met tegenzin dood, maar overal.' Vertaler Rasch heeft de compacte kracht van dit vers opmerkelijk sterk weergegeven. Zijn vertaling verdient alle lof door de elegantie en soepelheid van het Nederlands. Iets mooiers kan Nordbrandt zich niet wensen: zo gelezen kunnen worden in de taal van Slauerhoff. In `Een gebaar' maakt de Deense dichter nog eens duidelijk wat hem drijft: `Ik zou mijn vaderland willen verkopen/ voor zijn mooiste roos/ en de rest van mijn leven een balling zijn/ om hem voor me te kunnen zien/ in jouw hand.'

Recensies op papier

Boekenbijlage NRC HandelsbladDeze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.