Op naar de paniek
Het verleden is de baas in de Libris-nominaties
De voor de Libris-prijs genomineerde auteurs halen hun onderwerpen van ver weg en uit het verleden. In het vlakke Nederland viel voor schrijvers immers weinig te halen. Inmiddels is alles anders. Na 11 september kan de literatuur het weer dichter bij huis zoeken: vluchten hoeft niet meer.
Robert Anker: Een soort Engeland. Querido, 268 blz. €18,50Jan Brokken: Voel maar. Atlas, 224 blz. €15,84Geertrui Daem: Koud. The House of Books, 220 blz. €14,–Margriet de Moor: Kreutzersonate. Contact, 144 blz. €14,50Harry Mulisch: Siegfried. De Bezige Bij, 216 blz. €18,50Chaja Polak: Over de grens. Vassallucci, 180 blz. €16,95
Een dolle boel zou het niet zijn geworden, als niet de auteurs, maar de hoofdpersonen van de zes voor de Librisprijs genomineerde boeken aanstaande woensdagavond zouden aanschuiven bij het diner ter gelegenheid van de prijsuitreiking. Meteen vanaf het aperitief zouden ze snakken naar het einde. Het hoogste woord zou aan tafel zijn gevoerd door David Oosterbaan, de 53-jarige acteur uit Een soort Engeland van Robert Anker, die al zijn charmes zou hebben aangewend om Rosa van Esso te veroveren, de vrouw die in Chaja Polaks Over de grens een zwak toont voor oudere, eenzame mannen. Wellicht had Lucas Saverijn, de rechter uit Voel maar van Jan Brokken, haar kunnen bekoren, maar die zit altijd met zijn gedachten in de tropen.
Tegen het einde van het diner zou waarschijnlijk het serviesgoed met een woedende uithaal van tafel worden geveegd door Marius van Vloten, de blinde muziekcriticus uit Kreutzersonate van Margriet de Moor, overigens zonder dat Rudolf Herter er zich er veel van aan zou trekken; het alter ego van Harry Mulisch uit Siegfried, ziet zijn gedachten wegdrijven richting Hitler, Nietzsche, het niets of alledrie. Eén stoel is dan al uren leeg: na zich in hoog tempo te hebben laten vollopen is de Vlaamse Koreaveteraan Roger de Bruyne (uit Koud van Geertrui Daem) van tafel gevlucht en heeft hij zich in de garderobe verschanst, zich inbeeldend dat hij terug is op het slagveld en zich verheugend op een snelle hereniging met zijn grote liefde, de Japanse prostituée Kioko.
Nee, dit zijn geen gezellige mensen: ze hebben te veel meegemaakt om nog ontspannen aan een dinertafel te zitten. Hun leven wordt maar voor een klein deel bepaald door het hier en nu en tot een mooi tafelgesprek zullen ze zich maar moeizaam kunnen zetten. Het is ook maar de vraag of de zes bijeen te krijgen waren, want vaak zitten ze in het buitenland: in Azië, in Wenen, Bordeaux, Salzburg, Frankrijk, Rome, Berlijn en op een cruiseschip tussen Curaçao en Panama. Alleen Ankers Een soort Engeland speelt zich in weerwil van de titel nauwelijks buiten Amsterdam af. Voor de anderen is de Benelux te klein: hun scheppers zetten hun leven in een stroomversnelling wanneer ze de grens over gaan.
Niet alleen het `elders' heerst over het `hier', ook het `nu' moet het vaak afleggen tegen het `toen'. Dat kan een overbekend thema als de Tweede Wereldoorlog zijn (Mulisch, Polak), de Korea-oorlog (Daem), een tropenjeugd en de Argentijnse dictatuur (Brokken) of – wat verder doorgeredeneerd – de ontdekking van een volledig vergeten dochter (Anker). Ook De Moors hoofdpersoon wordt dagelijks geconfronteerd met een daad uit zijn verleden.
Alles wat het leven bepaalt, ligt buiten het Nederland van nu, of althans het eind-twintigste-eeuwse Nederland waarin de boeken geschreven zijn. Die kalme en zorgeloze poldersamenleving met veel geld, veel consensus en dus weinig voer voor literatoren lijkt inderdaad geen passende achtergrond waartegen een schrijver zijn obsessies tot kunst kan maken. Misschien zijn de zes uitverkoren titels daarmee ook de laatste boeken van een periode waarin Nederland de literaire verbeelding nauwelijks wist te inspireren. De paarse consensus lijkt immers weggeblazen door de opkomst van het politieke populisme, dat weer niet te begrijpen valt zonder de aanslagen in New York en Washington. Het zijn, kortom, boeken van vóór de grote paniek.
Dat is natuurlijk toeval, tot op zekere hoogte. Want zoals romans niet geschreven worden om tot een fictieve tafelschikking te komen, hoeft de jury van een literaire prijs zich niet in te laten met de tijdgeest. Zij moet de auteur van het beste boek van het afgelopen jaar 50.000 euro toekennen. En soms een stormpje trotseren, zoals vorig jaar toen de keurmeesters vijf boeken van uitgeverij Querido nomineerden en de prijs uiteindelijk aan Tomas Lieske gaven. Dat is de jury van 2002 (die bestaat uit Herman Tjeenk Willink, Douwe Fokkema, Marcel van Nieuwenborgh, Hilde Pach en Carel Peeters) nog niet vergeten, getuige de ironische maar vooral verkrampte wijze waarop het juryrapport begint: `De jury van de Libris Literatuurprijs loopt over van tevredenheid nu het gelukt is het meest cultureel en politiek correcte lijstje nominaties aller tijden samen te stellen. Niet alleen staat er een gelijk aantal mannelijke en vrouwelijke schrijvers op, bovendien zijn alle zes boeken bij verschillende uitgevers gepubliceerd.' Waarna de jury uiteraard meldt dat het hier om `toeval' gaat. Dat moet ook wel, want werkelijke politieke correctheid omvat ook enige mate van evenredigheid naar afkomst (geen enkele allochtone auteur haalde ook maar de longlist van twintig titels) en leeftijd (Daem is met haar vijftig lentes de jongste genomineerde). Met dat laatste zal de dominantie van het verleden ook wel iets te maken hebben.
Even verder in het rapport staat de volgende omslachtige zin: `Het is dat de twintig boeken van de eerste selectie van zo'n hoge kwaliteit waren en dat de zes nominaties door geanimeerde en felle discussie, maar zonder bloedvergieten, tot stand kwamen, anders had de jury weinig moeite gehad om de oogst van het afgelopen jaar als ``mager' te kenschetsen. Het zijn deze twintig boeken, en speciaal de nu genomineerde zes, die alles weer goed hebben gemaakt.'
Helaas, ook de zes boeken die alles goed moeten maken, nemen de indruk niet weg dat 2001 een mager jaar is geweest.
De meest verdiende nominatie is die voor Geertrui Daem. Haar nieuwe roman Koud is in Nederland nauwelijks opgemerkt, en dat is jammer. Het boek speelt zich zo'n dertig jaar geleden af in de buurt van het Vlaamse Aalst. Daar probeert de schoenmaker Roger de Bruyne officiële en informele erkenning te krijgen voor zijn verleden als vrijwilliger in de Koreaanse oorlog. Hij wordt er echter om geminacht door zijn hele omgeving, waarna hij vergeefs probeert ernaar terug te keren. De tweede hoofdfiguur in het boek is zijn puberende, zeer op de toekomst gerichte dochter Ingrid die, gefascineerd is door de dood, met haar rijke vriendin Françoise droomt van een leven als hippie en op geen enkele wijze respect toont voor het verleden van haar vader.
Het langzaam wegzakken van de vader in herinneringen en zijn onvermogen nog iets met het heden aan te vangen wordt het duidelijkst in de geheime brieven die hij aan zijn kinderen schrijft en die her en der verspreid door de roman staan: `Helaas! De verhouding tussen uw moeder en mij is verziekt tot op het bot. Volledig liefdeloos. Mijn gedrag gisteravond sproot voort uit een ultiem pogen hieraan iets te veranderen.'
Koud staat in een lange traditie van sobere, regenachtige Vlaamse literatuur over mensen die geleidelijkaan beseffen dat hun leven nog een stuk uitzichtlozer is dan ze in eerste instantie al vermoedden, zij het dat het verhaal te lang uitgesponnen is en zo goed in die traditie past dat het wat voorspelbaar wordt. Bovendien, maar dat is minder erg, lijkt het boek nauwelijks geredigeerd.
Dat laatste geldt ook voor Over de grens van Chaja Polak, een roman in zeven verhalen, waarin steeds Rosa van Esso – de joodse dochter van een onderduiker en een moeder die Auschwitz overleefde – een hoofd- of bijrol speelt. De nadruk ligt steeds op het beeld dat haar omgeving van haar heeft en dat is vaak de rol van plaatsvervangster van een persoon uit het verleden. In het voorlaatste verhaal ontdekt ze zelf hoezeer die rol aan de kern van haar bestaan raakt.
Steeds is in de verhalen de Tweede Wereldoorlog aanwezig: bijvoorbeeld in het verhaal over de in Frankrijk belande joodse vluchteling Nathan Marx, die ten koste van alles zijn gezin tegen buitenstaanders wil beschermen en zo van zijn leven haast een verlengde onderduik maakt. Of in het leven van Mees Visser, die in Rosa de vervanger ziet van een door de nazi's gedeporteerd jeugdvriendinnetje. Haar eigen verleden dringt zich aan Rosa op als ze in een chique huis in Italië woont en de Roemeense illegalen vergeefs duidelijk probeert te maken dat zij zich meer beschouwt als een van hen dan als een van de rijken.
De kracht van Over de grens zit niet in de plots – Rosa's ontdekking van haar eigen geschiedenis is bijvoorbeeld moeizaam geconstrueerd maar in de prachtige psychologische portretten. Die tonen de verschillenden manieren waarop de trauma's van de jodenvervolging kunnen doorwerken bij degenen die het overleefd hebben en bij de volgende generaties.
In Jan Brokkens Voel maar gebruiken twee mensen elkaar bij de verwerking van vroeger. Voor de Nederlandse rechter Lucas Saverijn is dat een nostalgische liefde voor de tropen, voor de in Panama wonende balling Gabriela Obrizki zijn het haar ervaringen rondom de Argentijnse coup van 1976. Ze ontmoeten elkaar op een cruiseschip dat hen – en haar man en haar drie kinderen – naar Panama brengt. Na hun korte, hevige verhouding heeft Lucas zijn confrontatie met de tropenpassie gehad en meent hij te weten hoe het verder moet in zijn leven, terwijl Gabriela haar biecht heeft gedaan bij een Europese rechter en zo hoopt de grootste last van haar schouders verwijderd te hebben.
Geen slecht gegeven, maar de uitwerking is minder: in Voel maar wordt veel te weinig getoond en veel te veel benoemd, soms zelfs door kinderen van twaalf zinnen in de mond te leggen als: `Me van alles in het hoofd halen omdat die bergen geen centimeter weken en altijd even wit bleven. Dan moet je veel verzinnen om niet doodongelukkig te worden.' Brokken laat iedere figuur zijn eigen gemoedstoestand en die van de anderen uitleggen.
Marius van Vloten, de centrale figuur in Kreutzersonate van Margriet de Moor, lijkt in het begin door één fataal verlopen jeugdliefde zich voor eeuwig van de liefde afgewend te hebben. Na verlaten te zijn schiet hij zich door het hoofd en verliest daarbij zijn gezichtsvermogen. Het trauma wordt jaren later overwonnen als Van Vloten – inmiddels muziekcriticus – verliefd wordt op de violiste Suzanna Flier, wanneer zij Janáceks Kreutzersonate speelt. Ze trouwen. Later, verder verblind door jaloezie, probeert hij haar te vermoorden. In de novelle wordt het verleden vooral overwonnen, zoals De Moor zelf ook probeert de tijd te tarten: het strijkkwartet van Janácek is gebaseerd op een novelle van Tolstoj die zich weer liet inspireren door de sonate van Beethoven.
Bij De Moor klopt bijna alles. De lijnen zijn helder, Van Vloten is een fraai personage, de anderen zijn functioneel en het einde is vernuftig gevonden, maar de perfectie is gestaald. Uiteindelijk blijft er niet meer dan vakmanschap over: de beheersing van de auteur gaat de passie van de helden overheersen.
Robert Anker heeft daar niet veel last van en zijn held David Oosterbaan al helemaal niet. Die heeft namelijk nooit tijd om iets uit te leggen of ergens over na te denken, laat staan om ergens verantwoordelijkheid voor te nemen. Tenminste tot hij zich op een ochtend staat te scheren op zijn woonboot – waarvan zijn eigen wanbetaling de ligplaats in gevaar brengt – en de telefoon gaat. Hij neemt niet op en hoort zo via het antwoordapparaat hoe zijn verleden zich plotseling aan hem opdringt: zijn eenendertigjarige dochter Laura ligt met een overdosis in het ziekenhuis. Hij heeft haar ruim dertig jaar niet gezien.
Aldus het overrompelende begin van Een soort Engeland. In het stilistisch onophoudelijk virtuoze vervolg voelt David Oosterbaan zich geroepen om zijn dochter te redden, wat hem ertoe brengt zich zonder voorbehoud in het drugsmilieu van Amsterdam-Oost te begeven, terwijl tegelijkertijd een soort engel zich over hem lijkt te ontfermen. Oosterbaan ontdekt niet alleen dat hij zijn dochter niet kan redden, maar dat ook zijn overlevingsmechanisme van de laatste decennia – altijd acteren, nooit stoppen – niet goed meer werkt, wat wordt gesymboliseerd door zijn vergeefse pogingen een jonge Vlaamse tegenspeelster het bed in te praten.
Ondanks de brille van Anker zakt het boek halverwege weg. Het tempo blijft hoog, maar nooit krijg je het idee dat het boek ook daadwerkelijk ergens heen wil: de nieuwe vergeefse pogingen om Laura te redden zie je in al hun vruchteloosheid van verre aankomen, de anekdotes uit het toneelverleden zijn aardig, het straatrumoer is indrukwekkend maar uiteindelijk ontbreekt een gedachte die duidelijk maakt waarom wij dit alles moeten lezen.
Bij Harry Mulisch begint het schrijven juist bij de overkoepelende gedachte, en gaat het bijna altijd over het verleden. In het geval van Siegfried bestaat die gedachte uit het verlangen om Adolf Hitler `te vangen in een net van fictie'. Als Rudolf Herter – in alles het evenbeeld van Mulisch – dat plan heeft opgevat komt hij in Wenen tot de ontdekking dat Hitler een zoon heeft gehad, Siegfried, en die heeft laten vermoorden. Deze kennis brengt Herter tot een woeste, filosofisch aandoende keten van gedachten, berekeningen en overtuigingen waar Hitler als het allesvernietigende niets uit tevoorschijn komt, in een eenheid met Nietzsche en wellicht ook Herter zelf. Het finale inzicht kost hem uiteindelijk het leven.
Het brengt de lezer niet tot enig serieus begrip van Adolf Hitler. Wel is Siegfried een vakkundig en spannend verhaal en een interessante poging van de schrijver om Harry Mulisch in het al genoemde `net van fictie' te vangen. Dat levert dan een man op die, wanneer het uiterste van zijn begripsvermogen wordt gevergd, zich verliest in een onnavolgbaar malen dat zijn terminologie nog wel aan de filosofie ontleent, maar dat uiteindelijk – als het ergens op rust – neerkomt op een haast religieus verlangen naar een orde die er toch niet is. Zo wordt hij een man die weet dat hij tekort zal schieten. Wanneer Herter werkelijk dicht in de buurt komt van wat hij wil weten, sterft hij voor hij een letter op papier kan zetten. De schrijver krijgt het verleden uiteindelijk niet te pakken, en de waarheid ook niet.
In een mager jaar is het lastig de winnaar van een grote literaire prijs te voorspellen. De jury kan bijvoorbeeld menen dat de overrompelende aanwezigheid en de stijl van Robert Anker een bekroning rechtvaardigen (en het juryrapport is uitgesproken positief over zijn boek), of dat Geertrui Daem een veel groter lezerspubliek verdient, of dat het psychologisch inzicht van Chaja Polak al het andere in de schaduw stelt. Andersom zijn er redenen te verzinnen waarom het niet goed is om een schrijver wiens vorige boek al bekroond werd met dezelfde prijs (De procedure, in 1999) nu opnieuw te fêteren, maar als de opdracht eruit bestaat om het beste boek uit deze stapel van zes te halen, wijst alles toch weer naar Mulisch.
Hij is bovedien een uitgesproken exponent van de literatuur die in het verleden zijn betekenis zoekt. Sterker nog, een jaar geleden zei hij in deze krant dat hij in de jaren tachtig na een lange stilte weer romans was gaan schrijven omdat `de oorlog' (in Vietnam en tussen provo's en autoriteiten in Nederland) voorbij was. ,,In de oorlog schrijft men geen romans. Toen de oorlog was gewonnen, werd het weer tijd voor verhaaltjes'. Het kan dus nog een paar jaar duren, jaren van non-fictie wellicht, maar in ieder geval is duidelijk dat de literatuur zijn opwinding niet meer per se in het `toen' en het `elders' hoeft te zoeken.
Dan kan de fictieve dinertafel van hoofdpersonen over een paar jaar de gesprekken opleveren die iedereen wél wil meemaken: nieuwe gesprekken tussen mensen wier levens zich niet meer hoeven af te spelen in het verleden en verre oorden. Scheppingen van schrijvers aan wie het hier en nu zich inspirerend en onontkoombaar opdringen en die elkaar zo naar grote hoogten opstuwen.
Op naar de boeken van de nieuwe paniek.
Lees verder
Besproken boeken
- Siegfried
auteur: Mulisch, H.
Recensies op papier
Deze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.
Besproken boeken
- Siegfried
auteur: Mulisch, H.

