Slaapwandelend in elkaars armen
Verbluffend debuut van Annelies Verbeke
`Mijn nachten waren langer dan mijn dagen, want 's nachts was ik alleen.' Zo begint de verbluffende debuutroman Slaap! van de Vlaamse scenariste Annelies Verbeke (Dendermonde, 1976). Het is een aanhef die voor iedereen die aan slapeloosheid lijdt direct een wereld van herkenning oproept. Wie zijn nachten doorwaakt doorbrengt, al dan niet met een slapende partner naast zich, is van God en iedereen verlaten en overgeleverd aan toenemende paniek. Als therapieën, ontspanningsoefeningen of medicatie niet helpen, ligt krankzinnigheid in het verschiet. Het enige wat erop zit is een partner in crime te vinden, een mede slaapgestoorde.
Annelies Verbeke: Slaap!De Geus, 160 blz. €18,-
De werkloze 28-jarige Maya vindt bij toeval zo iemand in de 25 jaar oudere Benoit De Gieter. Als haar vriendje Remco haar verlaten heeft en zij 's nachts de stad afschuimt om uit woede over haar kwaal in de hal van een flatgebouw wildvreemde mensen uit hun bed te bellen, vangt hij haar letterlijk op. Maya lijkt volgens de chronisch slapeloze Benoit op zijn moeder, een aanbiddelijke prostituee, die op gruwelijke wijze aan haar einde is gekomen.
In pregnante hoofdstukken, afwisselend verteld door Maya en Benoit, vernemen we de bizarre achtergronden van de psychische problemen waarmee het tweetal worstelt. Benoit heeft als klein jongetje een valse klasgenoot uit zelfverdediging ernstig letsel toegebracht (en mogelijk zelfs gedood). Toen zijn moeder hem vervolgens kwam bevrijden uit het nonnengesticht waarin hij werd opgesloten, is ze tijdens de jacht die de politie op hen maakte, doodgereden door een rijkswachtcombi. `Dat was de laatste dag die ertoe deed. De rest was zomaar een leven.'
Van Benoits moeder, met wie hij als kind een welhaast symbiotische relatie onderhoudt (iedere nacht delen ze het bed, zij neemt hem `slapend in haar schoot') krijgen we een roerend beeld, gezien door de ogen van haar grootste aanbidder, haar zoontje. Hij denkt aanvankelijk dat ze kokkin is en dat de mannen die bij haar komen eten te veel consumeren, zodat ze na de maaltijd met maagpijn op haar bed gaan liggen kreunen. Pas wanneer hij op school een spreekbeurt moet houden over het beroep van zijn moeder, komt hij er achter dat ze hoer is. Wat dat betekent weet hij niet. Als de jongen met wie hij in gevecht raakt hem met het akelige woord confronteert, antwoordt hij: `Je vader eet te veel'.
In flash backs krijgen we te zien hoe Benoit, de slapeloze wees, zich sinds de dood van zijn moeder heeft ontwikkeld. Hij leidt het passieve leven van een slak met een loodzwaar huis op zijn rug. Zijn nachten slijt hij in kroegen `tussen mannen met de vlooien van hun hond en vrouwen die een doodgeboren kind trachtten te verdrinken'. Overdag werkt hij als badmeester in een zwembad. Van acht tot tien 's ochtends leest hij daar de krant, de volgende uren glippen weg tussen de bladzijden van romans. `Het eerste decennium wijdde ik aan Franse existentialisten, daarna werden het Russen.' Zeventien jaar houdt hij dat vol, tot er een zwemmer verdrinkt en hij wordt ontslagen.
Bordelen
Na zijn moeder zijn er nog een paar andere vrouwen in zijn leven geweest, het merendeel ook met haar beroep. `Ik zocht ze op in versleten bordelen met sofa's in donkerrood leer en betaalde ze om in hun schoot te mogen slapen.' Zijn langste relatie duurt anderhalf jaar. Uiteindelijk raakt hij steeds verder geïsoleerd, een zonderling voor wie moeders hun kinderen waarschuwen, moeders voor wie hij, met een verwijzing naar Dutroux, `een potentiële Man Met Een Kelder was'. Zijn leven lijkt een wending te krijgen als hij, 53 jaar oud, om drie uur 's nachts zijn moeder aan ziet komen fietsen. `Ze stond onder mijn raam en was jong gebleven.' Deze vrouw is natuurlijk Maya, die de bellen van vreemden komt indrukken. Zij heeft, anders dan Benoit, kansen gehad, vrienden die om haar geven, familieleden die haar willen omringen. Maar haar slapeloosheid heeft haar van hen vervreemd.
Gedurende het verhaal zien we zowel Maya als Benoit steeds gestoorder worden. Maya gaat, niet alleen uiterlijk maar ook qua gedrag, meer en meer op de moeder van haar slapeloze geestverwant lijken. Ze wordt aangereden (of laat zich aanrijden) en verdwijnt – onvindbaar voor Benoit – in het ziekenhuis. Intussen neemt haar zus Sofie met twee kinderen bezit van haar woning om daar, gescheiden van haar overspelige echtgenoot, een `zompig' gezinnetje na te spelen. Maya probeert in een laatste wanhoopspoging een `gewoon' leven te leiden als secretaresse op een verzekeringskantoor, maar faalt hopeloos. Niet alleen haar zus, die terugkeert naar haar man, ook haar voormalige vrienden en vriendinnen kiezen voor degelijke relaties en carrières waar zij, als gevolg van haar insomnie, voor altijd van verstoken zal blijven. Een lichaam zwaar van slaap. Ze wordt gedwongen tot een zwervend bestaan en houdt zich, op zoek naar Benoit, in leven met het tegen betaling verlenen van seksuele diensten.
Benoit heeft intussen zijn huis in brand gestoken en het televisienieuws gehaald omdat hij een absurdistische kinderfantasie op een potvis uitprobeert. Dat eindigt onvermijdelijk in een gesloten psychiatrische inrichting, waarvan de sfeer en het gedrag van de uiteenlopende patiënten onnavolgbaar worden beschreven. Een thema dat terloops maar overtuigend opduikt, is dat het leven in een gekkenhuis niet erg veel verschilt van dat erbuiten.
In het boek heersen de taal en de logica van de droom. Hoewel het vrijwel onmogelijk lijkt dat de twee slapelozen elkaar terugvinden, heeft hun uiteindelijke hereniging niets kunstmatigs. Integendeel: als twee wakkere, zij het door drank benevelde, slaapwandelaars die onbewust terechtkomen waar ze veilig zijn, lopen ze elkaar in de armen. Of dat iets oplost, zullen we nooit weten. De roman eindigt met het woord `misschien'. Dit mag dan wel een lineair verhaal zijn, de weg leidt nergens heen, alleen maar dieper de nacht in. De schrijfster wil slechts haar personages, randfiguren zonder ambitie of status in al hun ellende aan ons tonen en slaagt daar meesterlijk in. Ik heb het boek in één slapeloze nacht gelezen – alsof ik naar een adembenemend onheilspellende en tegelijkertijd uiterst tedere film zat te kijken.
Absurdistisch
Annelies Verbeke studeerde in 1999 aan de Universiteit van Gent af in Germaanse Taal- en Letterkunde (Nederlands en Engels). Vervolgens bekwaamde ze zich in het schrijven van scenario's en eerder dit jaar werd haar scenario Dogdreaming bekroond tijdens het filmfestival van Berlijn. In een interview zei ze: `Scenarioschrijven dwingt tot duidelijkheid. Een scenario is een werkinstrument. Hoewel toon en originaliteit van groot belang zijn, mis ik bij het scenarioschrijven soms het spelen met stijl en woorden. Daarom heb ik een roman geschreven. Ik ben niet van plan ooit te kiezen tussen film en literatuur; het gaat er mij om verhalen te vertellen.'
Dat doet zij op een manier die tegelijk absurdistisch en koel is, in een setting vol verloren en dolende nachtmensen. Als ik een parallel zou moeten trekken met andere recente literatuur, dan komen de kale, trefzekere stijl, de tragiek, de humor én de personages van Marek van der Jagt in Gstaad 95-98 het meest in de buurt, maar een dergelijke vergelijking schiet altijd tekort om een talent als dat van Verbeke te typeren.
Het komt niet vaak voor dat een schrijver in een eerste roman zoveel passie, vertelplezier, fantasie, kortom werkelijk schrijverschap, tentoonspreidt als deze jonge Vlaamse. Slaap! is sinds Blauwe maandagen van Arnon Grunberg het meest indrukwekkende debuut dat in de Nederlandse letteren is verschenen. Lees!
Dat ik Benoit De Gieter in één nacht tot Vriend had uitverkoren vloeide niet alleen voort uit mijn behoefte aan een soortgenoot. Het was een verdrukte drang naar contact die mij dreef. Hoe meer wakker, hoe meer alleen. Na acht maanden begon dat te wegen.
Anderzijds kon ik enkel vrede hebben met een Slapeloze, want door de anderen voelde ik mij niet begrepen.
De anderen, dat waren er veel geweest. Vrienden. Ze haakten stuk voor stuk af, vaak omdat ik hén niet begreep. Letterlijk dan. Mijn toestand maakte dat gefluister op gebulder ging lijken of, en dat was meestal het geval, andersom. Goedbedoelde bezorgdheid klonk als een luid en scherp verwijt. Hun eigen beslommeringen klonken als het geluid van een insect dat ik graag vertrapte.
Uit: Annelies Verbeke: Slaap!
Dat ik Benoit De Gieter in één nacht tot Vriend had uitverkoren vloeide niet alleen voort uit mijn behoefte aan een soortgenoot. Het was een verdrukte drang naar contact die mij dreef. Hoe meer wakker, hoe meer alleen. Na acht maanden begon dat te wegen.Anderzijds kon ik enkel vrede hebben met een Slapeloze, want door de anderen voelde ik mij niet begrepen.De anderen, dat waren er veel geweest. Vrienden. Ze haakten stuk voor stuk af, vaak omdat ik hén niet begreep. Letterlijk dan. Mijn toestand maakte dat gefluister op gebulder ging lijken of, en dat was meestal het geval, andersom. Goedbedoelde bezorgdheid klonk als een luid en scherp verwijt. Hun eigen beslommeringen klonken als het geluid van een insect dat ik graag vertrapte.Uit: Annelies Verbeke: Slaap!
Lees verder
Besproken boek
- Slaap !
auteur: Verbeke, A.
Recensies op papier
Deze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.
Besproken boek
- Slaap !
auteur: Verbeke, A.

