Spruitjes en kornuitjes
Sommige boeken draaien je het rood voor de ogen; lezers die weten hoe gezond `ergernis-door-een-boek' is, ruimen in de onderkast een speciaal plankje in voor zulke titels. Ideaal in deze categorie is Jan ter Laaks Brave rebellen, herinneringen aan de eerste studentenopstand in Nederland. De titel behelst tevens het jaartal 1961, bedoeld om ons `hee' te laten denken, `dat moet toch '68 zijn?' Maar nee, Maagdenhuis et cetera was alweer de twééde studentenopstand. De eerste vond plaats op het Groot Seminarie Rijsenburg en schrijver Jan ter Laak, tegenwoordig algemeen-secretaris-in-ruste van Pax Christi, was destijds een van de aanstichters. We mogen vaststellen dat Ter Laak zich niet gemakkelijk heeft afgemaakt van zijn revolutionaire memoires, die hij zelfs met sociologische werken als Erving Goffmans Totale instituties onderbouwt, in mooie aforismen als `Het seminarie (en het klooster) onderscheidt zich op een wezenlijk punt van andere totale instituties, zoals gevangenissen, psychiatrische inrichtingen, kazernes enz.'
Jan ter Laak: Brave rebellen. Herinneringen aan de eerste studentenopstand in Nederland (1961). Valkhof Pers, 84 blz. ƒ25,-
Keer op keer komt Ter Laak terug op Goffmans totale instituties en niet voor niets, want inderdaad: een seminarie is geen duiventil. Zit je erop, dan zit je erin en moet je je aan de regels houden. Echter: `Het opgelegde isolement leidde tot een veelheid van legale, maar ook illegale contacten buitenshuis.' Jan ter Laak gaat de ondergrondse in en het gaat er dus om spannen.
Op naar de specifiekere contouren van de revolte. Stap één is de benoeming door kardinaal Alfrink van seminariepresident Geerdinck, autoriteit op het gebied van canoniek huwelijks- en parochierecht en in de oorlog een man van stavast gebleken. Stap twee is de reactie van deze man van stavast op de insubordinatie der studenten, die niet slechts elkaar maar ook nieuwe docenten ontgroenen. Bij de eerste les liturgiegeschiedenis laten de seminaristen zich vertegenwoordigen door een polletje gras. Die verzetsdaad werd gevolgd door een `fikse' repressaille: de hele herfstvakantie binnenblijven. Ja, dan vervalt natuurlijk dat `wezenlijke verschil met andere totale instituties, zoals gevangenissen, psychiatrische inrichtingen, kazernes, enz.' Zodat we langzaam afstevenen op de hoogste hitte in de verhoudingen, het point of no return.
`De echte bedreiging van het geordend seminarieleven vond niet bij de voordeur plaats, maar ondergronds, schrijft Ter Laak. `Voor een aantal studenten begon pas na de completen het echte leven: een feestje op een afgelegen plek in huis of bos, een intieme ontmoeting met een medestudent op je eigen kamer of een uitstapje buitenshuis, per bromfiets, scooter en auto.' Wellicht had Jan ter Laak hier tevens de fiets, de motor, de benenwagen en het paard moeten noemen, maar hoe dan ook: `Over deze escapades sprak je niet openlijk.'
Hier beginnen we ons dan eindelijk, met een gevoel van opluchting, te ergeren. We roepen: `Waar blijf je nou met die revolutie, Ter Laak! Kom over de brug man!' Maar Ter Laak komt nog niet. Eerst dist hij nog een aantal stilgehouden inter-seminarische escapades op, gebakken kwajongenspoetsen van jewelste, waarbij seminariepresident Geerdinck bijna uit zijn vel barst. Tussen de bedrijven door – we wachten knarsetandend nog altijd op de kruitdamp der revolte – vertoeven we ook nog een aantal bladzijden in de uiteenzettingen over Ter Laaks opbouw van zijn old-boys-network (Braks, Lubbers, en vele anderen), we vernemen dat Ter Laak en vrienden werden `geschokt in onze prille oecumenische gezindheid'. Er zijn Pax Christi-voettochten: `Soms was er ook een heimelijke ontmoeting om aan een verliefdheid ruimte te geven.' Het gaat dan om `omgaan met meisjes, hoe schuchter ook.'
We hebben ons nu door Jan ter Laak tot bladzijde 61 laten pesten, sarren en treiteren. Het louterende schuim staat ons intussen op de lippen, en met het zegenende gevoel dat we tot manslag in staat zijn, weten we bij de hoofdstuktitel `Zaterdag 11 november 1961' dat het dan eindelijk zover is. Revolte! De eerste studentenopstand bestaat hieruit: er is gezeuld met een portret van aartsbisschop De Jong, de jongens hebben een glas bier over de mantel van Geerdinck leeggegoten, er is `je bent een boerenlul en ook een grote sul' gezongen. Dat is het. Braaf ja, rebellen homaar. Dat de hele katholieke priesteropleiding er als een kaartenhuis door is ingestort, ach, daar is niets ergerniswekkends aan. Maar de manier waarop Jan ter Laak verslag doet van deze paapse spruitjes- en kornuitjesstreken, daar gaan de bloedproppen en trombosestukken bij heen en weer schieten, sappen en secreties komen op gang, de eerste schilfers roos vallen, beweging, heerlijk, je knapt er echt van op.
Lees verder
Besproken boek
- Brave rebellen
auteur: Laak, J. ter
Recensies op papier
Deze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.
Besproken boek
- Brave rebellen
auteur: Laak, J. ter
