Al die seks dient nergens toe

Discussie: is de nieuwe Philip Roth geslaagd of juist mislukt?

De nieuwe roman van Philip Roth begint sterk, maar verzandt daarna in rare plotwendingen en gratuite kinky seks.
'De vernedering' van Philip Roth (vertaald door Babet Mossel) is onderwerp van een extra editie van de NRC Leesclub. Op vrijdag 13 november wordt de aftrap gegeven met drie tegengestelde meningen. Lees het boek en discussieer mee via www.nrcboeken.nl of boeken@nrc.nl

Een roman kun je het eigenlijk niet noemen. Eerder een novelle, of nog beter misschien: een lang kort verhaal. Het nieuwe boek van Philip Roth, De vernedering, is het dunste sinds The Dying Animal (2001). En het is het vijfde in een reeks over doodsangst, ouderdomskwalen en de schijnbaar helende werking van seks met een jongere vrouw. Anders dan Roth  naar aanleiding van Verontwaardiging in deze krant beweerde (Boeken 12.09.08), is hij ‘de oude mannen’ tóch nog niet beu.

De vernedering  is wat Roth zelf aanduidt als een ‘Other Book’, een roman waarin hijzelf noch een alter ego (Zuckerman, Kepesh) een rol speelt. De hoofdpersoon is de acteur Simon Axler, een zestiger die van de ene op de andere dag zijn vermogen tot toneelspelen verliest: ‘Opkomen werd een marteling. De zekerheid dat hij zou schitteren maakte plaats voor de wetenschap dat hij zou falen. Het gebeurde drie keer achtereen en de laatste keer had er niemand meer belangstelling, kwam er niemand meer. Hij kon het publiek niet meer bereiken. Zijn talent was dood.’

De echo’s van Kafka’s Gedaanteverwisseling, waarin Gregor Samsa van de ene nacht op de andere in een stuk ongedierte verandert, zijn ongetwijfeld bewust; Roth is een groot bewonderaar van de Praagse meester en gaf het tweede deel van De vernedering zelfs de titel ‘De metamorfose’. Maar de kracht van het begin van Axlers verhaal ligt vooral in de weerspiegeling van de grootste angst van iedere kunstenaar, van ieder mens misschien wel: dat je op een ochtend wakker wordt en merkt dat je al je talent kwijt bent; dat je er zelfs aan begint te twijfelen of je ooit talent hebt gehad.

Axler gaat door een diep dal; in de steek gelaten door zijn vrouw, en bang dat hij zichzelf iets aandoet, laat hij zich opnemen in een psychiatrische inrichting. Als hij daar na 28 dagen – en een ingrijpende ontmoeting met een medepatiënte – uitkomt, wordt hij gered door het bezoek van de dochter van twee van zijn oude vrienden. Een eigenaardige vrouw, die al gauw meedogenlozer blijkt dan haar lieve, sexy voorkomen doet vermoeden. Pegeens wispelturige liefde – ze heeft twintig jaar lesbische liefdes achter de rug – zal uiteindelijk de ondergang van Axler worden.

Roths dertigste roman (sinds zijn 70ste publiceert hij er één per jaar) is even eigenaardig en onevenwichtig als Pegeen. Na het briljante begin, over de geestelijke implosie van Simon Axler, wordt het steeds gekker. Na incest en transseksualiteit krijgen we kinky sex en moord, plus een stalkende lesbienne en een boze schoonmoeder waar Grimm en Wolkers nog een puntje aan kunnen zuigen. Dieptepunt is een triootje met twee vrouwen en een voorbinddildo dat eerder leest als een gratuite oudemannenfantasie dan als een structurele bijdrage aan een diepmenselijke tragedie.

Roth zou Roth niet zijn als hij dit soort onzinscènes niet zou afwisselen met schitterend geschreven passages en filosofische bespiegelingen – zelfs in deel 2 en 3 van De vernedering. Als Axler tegen het eind van het boek zelfmoord overweegt in de kamer van de vrouw die hem de bons gaf, bedenkt hij zich: ‘Pegeen was de schuldige niet. De mislukkingen waren de zijne, evenals de verwarrende levensgeschiedenis waaraan hij was vastgenageld.’  En zestig bladzijden eerder krijgt hij van Pegeen een eerlijk en voorspellend antwoord op de vraag of ze altijd zo berekenend is: ‘Het is geen berekening. Het is nastreven wat je wilt. En niet nastreven wat je niet meer wilt.’

De vernedering begint als een boek over angst, en daarmee heb je ook meteen het beste gedeelte gehad. Misschien omdat Roth iets van zijn eigen angst om zijn literaire vermogen te verliezen in dat eerste deel heeft weten te leggen. Daarna lijkt hij niet meer te hebben geweten hoe hij verder moest. Terwijl ik in stijgende verwarring de laatste honderd bladzijden las, moest ik steeds denken aan wat hij vorig jaar tongue-in-cheek in het Boeken-interview zei: „Soms ben ik net als Zuckerman, die in Exit Ghost klaagt dat hij niet zich niet kan herinneren wat hij de vorige dag geschreven heeft.”

Laten we hopen dat het een kortstondige terugval is.

Wat vindt u? Bent u het met Pieter Steinz eens of is De Vernedering juist een geslaagd boek? Naast Steinz schreven ook Stine Jensen en Elsbeth Etty een beschouwing over de roman. Een interview met Philip Roth van vorig jaar leest u hier. Laat uw reactie achter op het forum hieronder.

philip roth de vernedering

Genot als zelfkwelling

Philip Roth heeft zijn zoveelste boek gepubliceerd en het wordt meteen gebombardeerd tot doelwit van gebrek aan moraliteit.
Ouderdom in combinatie met schrijverschap worden namelijk niet gewaardeerd als de schrijver zichzelf onttroond via tweederangs sexpraktijken.
Zelfvernedering hoort nu eenmaal samen te gaan met ridderschap als het om eerbiedwaardige personen gaat.
En aan eerbiedwaardigheid ontbreekt het deze man niet; de vele literaire prijzen en hommages die hem omringen zijn bepaald walgingverwekkend,
zeker in zo’n overdadige cultuur als de VS.
Dat iemand daar spelletjes mee gaat spelen, kan ik me dus voorstellen, met name als het om een literaire duivel als Roth gaat.
Net zoals de rest van het scenario: terwijl je deze novelle uitgeeft, maak je tevens bekend dat je schrijft aan een groot episch werk dat volgend jaar uitgegeven zal worden.
Een werk dat bol staat van eruditie en diepgravendheid en dat bij voorbaat Roths’ recente werkje doet verbleken.
‘Gelukkig maar,’ prevelt de brave burger voor zich uit. ‘Laten we dit boek dan maar beschouwen als eenmalige dwaling van een genie dat worstelt met zijn aftakeling.’
Aldus heeft Roth een klimaat geschapen waarin hij zichzelf even hypocriet aan de zijlijn plaatst als Axler, hoofdfiguur in ‘De vernedering.’
Wat een monsterlijk vertaling trouwens voor zo’n prachtig woord als ‘humbling.’ Waarom niet gewoon ‘De nederige?’
Want het gaat hier in de eerste plaats om zelfvernedering en dat wordt er door zo’n eenduidige vertaling niet duidelijker op.
Beland ik meteen bij het voornaamste kritiekpunt op dit miniatuurlabyrint van een dolende ziel: kabouterporno door de machteloze blik van een bejaarde man is op zijn minst een genante aangelegenheid.
Echter, juist hier raakt de schrijver het dichtst aan zijn hoofdfiguur en niet in het begin van zijn novelle, die bestaat uit een cerebrale zwanenzang op de teloorgang van een genie.
Deze is hooguit bedoeld als inleiding op de catastrofe en kan onmogelijk een doel op zichzelf vormen. Roth is ook niet gek tenslotte, hij karikatuariseert in dit eerste deel hooguit zijn eigen angsten.
Waarom mensen schrijven blijft de vraag, maar genialiteit haalt het onderste in de menselijke twijfel naar boven.
Daarnaast duurt een mensenleven te kort voor welke stagnatie dan ook. Roth vermengt deze twee uitersten als geen ander: het woord en zijn libido.
Wellicht bezit hij benijdenswaardig veel van beiden.

Hedwig van Son

Teloorgang en opstand van een acteur

Een van de vele mooie motieven bij Roth vind ik het transformatiemotief: de wijze waarop zijn personages een eigen identiteit scheppen en zichzelf, opstandig tegen alle conventies en tegen het gezonde verstand, vormgeven als totaal andere en nieuwe persoon. Maar in 'The humbling' laat hij sterker dan anders zien hoe zo'n nagestreefde transformatie ook helemaal kan mislukken.

De hoofdpersoon is hier een oudere acteur die zijn talent (dus zijn vermogen in een fictieve ander te veranderen) zomaar ineens kwijt is; hij probeert dan te transformeren in de minnaar van een veel jongere lesbienne (die op haar beurt kennelijk ook verandering zoekt), maar faalt hopeloos. Hij pielt alleen wat met dildo's, reumatisch, hulpeloos en anti-viriel op zijn rug liggend. Natuurlijk wordt hij al snel keihard aan de kant gezet. Spoedig daarna pleegt hij zelfmoord: om daartoe de kracht te vinden speelt hij nog een laatste keer een rol, namelijk die van een totaal mislukt zelfmoordplegend schrijver in een Tsjechov-stuk. Wat een desillusie, wat een treurnis!

Tegelijk is die treurnis wel mooi opgeschreven, en is de hoofdpersoon niet alleen maar een tragikomische sukkelaar. Hij blijft tegen de klippen op proberen om meer te zijn dan een in burgermanssaaiheid versmorende grijsmuis, hij blijft volharden in een soort hulpeloze opstand tegen het lot, en in zijn zelfmoord (hoe grotesk ook) pakt hij wel weer zelf de regie. Dat dwingt bij alle belachelijkheid en mislukking ook weer bewondering af. Sukkel en held tegelijk, tragikomische mummelende schertsfiguur en onvermoeibaar razende opstandeling ineen: kan alleen Roth dit soort personages bedenken?

De vernedering - Philip Roth

Lees de recensie van Elsbeth Etty - hier is niets aan toe te voegen, behalve een compliment.

recensie Elsbeth Etty

vanuit het perspectief van een vrouw gezien heb je helemaal gelijk. dat is nu juist mijn bezwaar tegen de recensie van Elsbeth Etty.

De vernedering van Philip Roth

De vernedering van Philip Roth deed mij denken aan Zomertijd van J.M. Coetzee. In beider boeken een schouw van ijdele zelfkwelling! Rare jongens, die romeinen... maar voor de lezer een (merkwaardig) genot.

Seks dient de mens, net zoals gemak, literatuur en vaccins

Hoewel Philip Roth kan schrijven als de beste, de seksscenes van hem belief ik niet, niet meer bedoel ik. Dat er geile ouwe mannen bestaan weet ik heus wel, ik noem een Silvio Berlusconi, maar om daar nou over te lezen. Dat is als het lezen over hoe mijn vader, net opgenomen in een aanleunwoning, van bil gaat met een van de daar rondhupsende verzorgsters. No, thanks: oud en geil, da's bij mij oud en vies.

Over vies gesproken, Verhalen Van Vieze Oude Man, de verhalenbundel van Charles Bukowski, die pruimde ik wel. wat kon die man hilarisch uitpakkeen, alle triestheid ertussendoor geweven even daargelaten dan. Zijn Vrouwen, een meesterwerk, een niet te evenaren roman over late roem en die roem tot het uitertse aan toe genieten; elke groupie, elke vrouw, elke student, elke bij hem aanwaaiende fan is als een prooi die zichzelf heeft aangeboden, en Charles snoept ervan, snoept ervan als een vieze oude man. Ach, zo oud was ie toen niet, bij lange na niet zo oud als Philip Roth met/in zijn laatste en zoveelste boek.

Natuurlijk, seks dient de mens, ter lering en de vermaeck, maar hoe vermakelijk is seks bij hoogbejaarden nou nog. Amper, vrees ik, amper tot niet. Betekent dit dat ik niet tegen verval kan,verval van alles behalve de lust. Volgens mij, zelf alweer op een haar na vijftig, niet: leven en laten leven, naaien en laten naaien, maar ik heb geen behoefte aan li-te-ra-tuur die expliciet daarover uitweidt. Seks, het heeft zo zijn beperkingen: de mooiste zin die ik ken vatte alles mooi samen: John Fante (herontdekt wegens Charles Bukowski) laat de vrouw van de hoofdfiguur Arthuro aan de kracht van zijn liefdesspel bedenken hoeveel hij tijdens het biljarten verloren heeft. Net daarvoor beleefd het echtpaar hun gezamenlijke orgasme; (boek even kwijt): "het nagejaagde genot explodeerde als een zon tussen hen in".

Waarom zo plastisch als het poëtisch kan, nietwaar.

Angst

De vertaling van de titel van het boek zet je voor het lezen al op het verkeerde been.
“u dienstwillige dienaar” zou misschien beter recht doen aan de boodschap dan vernedering. Want vernedering is het niet. Simon wordt niet vernederd hij laat zich vernederen door zijn eigen gevoel. Dienstwillig aan publiek en minnares wel.
Na het lezen kon ik mij niet aan de indruk ontrekken dat de twee delen van het boek in beginsel los van elkaar staan en slechts zijn samengevoegd ten behoeve van de omvang en de druk te publiceren.
Beide delen beschrijven wel het zelfde thema n.l. “de angst voor het verliezen bij het ouder worden”
In het eerste deel de angst dat je het vermogen om een top prestatie te leveren hebt verloren. Een verlamming die te vergelijken is met hoogtevrees. Angst die je jezelf aanpraat. In dit geval angst met als geen andere oorzaak dan de gedachte dat het ouder worden je gaat beperken in je prestaties.
De keuze van de schrijver om deze keer niet zichzelf of een alter ego als hoofdpersoon te laten fungeren is waarschijnlijk ingegeven doordat anders de beschrijving van het tweede deel te dicht bij de schrijver zelf komt. Je moet het hebben meegemaakt om de situatie te kunnen beschrijven en invoelen. De commentaren in de boekenbijlage van jl vrijdag gaan daaraan dan ook mank. Het is het relaas van een man en een vrouw die een relatie aangaan met als uitgangspunt elkaar te gebruiken. Hij om zichzelf te bewijzen en een vrouw te creëren naar zijn smaak en zij om te ervaren of een heteroseksuele relatie haar ook kan bevredigen en om zich te bevrijden uit een seksuele sleur. De beschreven scènes zijn realistisch maar niet pornografisch, typisch Roth. Zij kiest daarvoor, uit veiligheid, een vaag bekende en hij is blij met de afleiding en het jeugdige gevoel dat een nieuwe relatie met zich meebrengt. Van angst om niet te kunnen presteren is hier niets te merken, integendeel. Het bezwaar van haar ouders is terecht. Bij dit leeftijdsverschil en op die leeftijd heeft een dergelijke relatie geen toekomst. Zij weet dat vanaf het begin, het is voor haar slechts een fase in haar leven met een beperkte houdbaarheidsdatum en handelt daar ook naar. Hij is bang om haar op zijn leeftijd te verliezen en probeert haar te binden met steeds extremere spelletjes en zelfs met een kind. De angst om haar te verliezen aan een toekomst die de zijne niet kan zijn. Uiteindelijk verloochent hij zichzelf niet en kiest uiteindelijk toch voor het drama als oplossing.
Walter
Amsterdam

Make Believe

Wat is vernederender dan uit te vinden dat je fictief bent zonder in staat te zijn je eigen stempel te zetten op je eigen fictie? Een fictie zelfs zonder de autobiografie ervan die ook fictie is? Dat je niet meer bij machte bent nog langer te geloven in de fictie van je eigen fictie? Dat je alleen de ficties van anderen kunt verbeelden en erachter komt dat zelfs die verbeelding fictief was, een illusie, in lucht opgegaan? Dat je, om er een einde aan te maken, niets weet te verzinnen dan het nabootsen van een rol die in een fictieve zelfmoord eindigt?

Al op de toneelschool had Simon Axler, de hoofdpersoon in The Humbling, het nieuwste boek van Philip Roth (een volgend is al aangekondigd voor 2010, Nemesis), moeite met scènes waarin hij moest doen alsof hij een theekopje vasthield. Er was geen theekopje. Lastig. Nu is hijzelf het theekopje. Hij is er niet. Hij legt het uit aan z’n agent die hem probeert op te monteren. Simon weet beter. In zijn, zo’n, non-bestaan heeft niets wat gebeurt een goede reden. Dat zegt Simon dan ook, met dezelfde nadruk, tegen de psychiater, als hij zich voor een paar weken laat opnemen in een kliniek – aan zelfmoord is hij dan nog niet toe, vandaar. Simon heeft meer dan veertig jaar op de planken gestaan, enkele films gemaakt, is een beroemd en gewaardeerd acteur en dan gaat het mis. Hij levert de ene wanprestatie na de andere, wordt steeds banger het toneel op te gaan, het publiek wendt zich van hem af. Slechte tijden had hij eerder, dit is anders. Dit is de finale, de finale van het stuk dat zijn leven is en dat hij zelf niet weet te schrijven. Hij is een tot mislukken gedoemd schrijver en hij weet het. Hij heeft die rol gespeeld, in Tsjechov’s De Meeuw bijvoorbeeld, de rol van Konstantin Trepljov, de jongen die zichzelf ombrengt aan het einde van het vierde en laatste bedrijf. Simon heeft er slechts drie bedrijven voor nodig. Als je ouder bent gaan de dingen sneller.

Simon’s huwelijk strandt. Zijn vrouw was bij hem zodat en zolang hij steun kon geven, niet omgekeerd. Hij heeft geen kinderen, of eigenlijk toch wel. Eén kind, dat het zijne niet is. Een kind dat haar naam aan hem dankt. Wie een naam geeft, schept. We hadden het kunnen weten, ook die naam is fictie, is de naam van een toneelkarakter, eerder een persona dus, een masker, dan een persoon die we als individu zouden kunnen leren kennen. Dat gaan we dan ook niet doen hoewel het meisje, een vrouw van veertig jaar intussen, na Simon de tweede hoofdpersoon in het boek is. Een lesbienne wier vriendin besloot zich tot man te laten transformeren. Die haar toneelvader tot amant neemt, zonder helemaal afstand te doen van andere genoegens. Die hem daarin meeneemt hoewel hij niet weet waar te stoppen. Een tweede hoofdpersoon, hoewel, aan dat tweede, daar kunnen we aan twijfelen. Kom ik op terug. Een meisje/vrouw dus, van allebei wat en in totaal niets. Haar naam is Pegeen Mike en degene die de naam voorstelde, een voorstel dat door haar ouders is geadopteerd (ik bedoel het zoals het er staat), diegene was Simon.

Hier vertoont het boek overeenkomsten met Yates’ Revolutionary Road. Alleen, Roth radicaliseert het thema van de fictieve, want geleende, identiteit. Hij drijft het op de spits. Pegeen Mike is de bijnaam van het meisje Margareth in het toneelstuk The Playboy of the Western World, ruim een eeuw geleden voor het eerst opgevoerd, in Ierland. In dat stuk gaat Pegeen een relatie aan met Christy, de man die een moord op zijn vader verzint om zijn aanwezigheid elders (zijn ‘vlucht’) aannemelijk te maken. Of het waar is doet er kennelijk niet toe, de mensen die het te horen krijgen vinden het verhaal goed genoeg. Het medium is de boodschap – maar dat is geen verzekering. In het verleden succesvolle verhalen geven geen garantie voor de toekomst. De vermeend vermoorde vader duikt op, Christy valt door de mand, Pegeen zet hem aan de kant en weigert en passant ook haar voormalige en bedrogen verloofde terug te nemen.

In de jaren zestig (vermoed ik, er staat geen jaartal bij) wordt het stuk heropgevoerd, in Greenwich Village. Simon speelt Christy, de dan nog zwangere moeder van het meisje dat bij geboorte de naam Pegeen Mike meekrijgt speelt , hoe kan het anders, Pegeen Mike, en de vader speelt de bedrogen en tot twee keer toe afgewezen verloofde.

Dat Pegeen Mike haar naamgever opzoekt, haar toneelvader, het ligt in de rede. Dat haar ouders de relatie van haar met Simon niet zien zitten en dat wij daar uitgebreid verslag van krijgen, het hoort bij een beetje toneelstuk. (Ze snapten toch al nooit waarom hun dochter nooit een echte dochter wilde worden. Krijgen ze het nu door? Ik ben bang van niet. Hun verzet is eerder instinctief, alsof het zo hoort, en zonder hoop op verandering.) Dat Pegeen haar toneelvader ook weer verlaat, het stond in de sterren. En in het oorspronkelijke toneelstuk niet te vergeten. Dat de toneelvader dat niet wist – een theekopje dat geen theekopje is weet niets – spreekt zo ongeveer vanzelf. Dat hij wanhopig wordt – hij dacht even geen rol te spelen maar zichzelf, hij dacht even mens te zijn, hij maakte zelfs plannen, hij wou een echte vader worden: kan dat dokter, op je 66ste jaar? – en op zoek gaat naar een toneelstuk waar hij nog wel in past, dat hij daarvoor bij Tsjechov uitkomt, en ook uitkomt bij de zelfmoord die erbij hoort, ik kan er mee leven, hoe paradoxaal het ook is. Voor Simon daarentegen is het de ultieme nederlaag, de nederlaag aller nederlagen, gesymboliseerd door de acht (!) laatste woorden waarmee Tsjechov het leven van Konstantin beëindigt. Die Simon op een papiertje schrijft. Het papiertje dat gevonden wordt naast z’n lijk. Door de schoonmaakster.

Het is de nederlaag aller nederlagen omdat Simon, tijdens zijn korte verblijf in de kliniek aan het begin van het verhaal, kennismaakte met Sybil en Sybil toont hem uiteindelijk wat je moet doen als je wat moet doen. Jij moet doen en je moet het zelf doen. Eerlijk gezegd denk ik dat Sybil de tweede hoofdpersoon in het boek is en niet Pegeen. Sybil kun je werkelijkheid noemen, nou vooruit: het ‘realiteitsprincipe’. Ergens moeten we per slot nog aan wal kunnen en Sybil is de wal. Zij kwam in de kliniek omdat ze haar man, haar tweede echtgenoot, had aangetroffen met z’n neus tussen de beentjes van haar dochtertje. Ze had jeuk, zei hij. Hij wou het even controleren. Ongeloof, verbijstering, verdoving. Het ligt aan haar? Het ligt niet aan haar. Ze vertelt het Simon die z’n best doet te luisteren. Ze denkt dat hij luistert, schrijft het hem ook, later, als beiden al weg zijn uit de kliniek. Nog weer later laadt ze een geweer, rijdt naar het huis van de voormalige echtgenoot – ze is van hem gescheiden – en vermoordt hem.

Pas toen Simon de tragedie van Sybil had weten te vertalen naar het drama van Tsjechov’s Konstantin kwam hij in actie. Het theekopje was er toch al nooit. Nu is ook de stem die hem influisterde ‘er is geen theekopje’ tot zwijgen gebracht. ‘The last act’ heet het laatste hoofdstuk. Precies. Geen daad, een bedrijf.

Een buitengewoon verontrustend boek, ‘told with Roth’s inimitable urgency’ (tekst binnenflap). Het klopt, zoals vrijwel altijd bij Roth. Begin eraan en het verhaal wordt dringend, dringend noodzakelijk: urgent.

Ton Korver
Amsterdam

al die sex dient nergens toe

Natuurlijk heb ik ook De Vernedering verslonden. Ik ben nu eenmaal een liefhebber van het werk van Philip Roth. Zeker het werk van zijn laatste jaren heeft mij diep geroerd. Met verbazing heb ik de recensie van Pieter Steinz gelezen. Hij moet ook de hand van de meester erkennen, maar stoort zich aan de sexscenes. Merkwaardig is die opmerking. Kennelijk bekruipt Pieter Steinz het gevoel dat ouderen ( lees de ouders) niet aan sex doen. Kennelijk is de passie van de mens na je 50e over naar zijn mening. Als er iemand is die de passie op latere leeftijd weet te beschrijven is Roth het wel. Ik dank Roth, dat hij de gevoelens, die op latere leeftijd dood moeten zijn, zo ongeevenaard weet beschrijven. Hij is de hogepriester, die met het Stervend dier mijn ziel heeft geraakt en hij is de man die een groot schrijver dat hij zeker kandidaat voor de Nobelprijs is.
Toegegeven het is kort boek en personages zijn zijn summier beschreven, maar hij weet als geen ander de angst, de wanhoop, de passie en het verdriet van Kepesh neer te zetten. Wat mij betreft is het weer een juweel. Een juweel waar sommige mensen zich ongemakkelijk bij voelen. Maar een juweel waar ik van genoten heb en weer van zal genieten.

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Recensies op papier

Boekenbijlage NRC HandelsbladDeze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.