Verbinden is het allermoeilijkste

Zadie Smith wil laten zien dat de mens ondanks alle slechtheid in de wereld tot iets goeds in staat is

Zadie Smith heeft een genadeloos oog voor de menselijke beweegredenen achter de principiële woorden, schrijft Bas Heijne.

In het voetspoor van E.M. Forster nam Zadie Smith een groot risico: met On Beauty schreef ze een humanistische roman. Natuurlijk is iedere roman humanistisch, domweg omdat hij over mensen gaat, maar in On Beauty wil Smith met haar massa krioelende personages iets tot stand brengen bij de lezer. Ze wil je laten zien dat de mens ondanks alle slechtheid in de wereld tot iets goeds in staat is, dat de liefde het enige is wat telt, dat wat ons al te menselijk maakt ook precies de essentie van het bestaan vormt – leugens, ontrouw, woede, zelfbedrog, nijd, agressie en onverdraagzaamheid, al die emoties die als een onzichtbare stroom onder onze alledaagse levens lopen, ze doen niets af aan onze menselijkheid, ze bevestigen die alleen.

Uiteindelijk zijn we allemaal maar mensen – het grootste gevaar dat de schrijver een humanistische roman bedreigt, is de kitsch van de blijvende verbroedering. De romans van Forster, ook zijn state of England-roman Howards End (die door On Beauty als een schaduw wordt gevolgd), worden op gezette tijden sentimenteel gevonden, omdat de schrijver zijn personages een te opzichtig lesje menselijkheid zou willen leren. Maar wat mij betreft is het humanisme van Forster hoopvol en illusieloos tegelijk, je zou het een tragisch humanisme kunnen noemen, een streven tegen beter weten in. Only connect… is het aansporende motto van Howards End, maar heel het werk van Forster is doordrongen van het besef dat dat de moeilijkste opdracht van allemaal is.

Het huis waar Forsters roman naar vernoemd is, is een symbool van volharding, van het duurzame geloof in beschaving. In Smiths roman is Howards End de Amerikaanse universiteit van Wellington geworden. De humanistische beginselen van Wellington worden van twee kanten gecorrumpeerd. Howard Belsey staat symbool voor de politiek-correcte ontaarding van de menswetenschappen, de perverse, academische drang om enkel te ontmaskeren en te demythologiseren. Zijn carrière is één langgerekte poging om Rembrandt klein te krijgen. Zijn hautaine, kritische blik, laat Smith je met een scherp gevoel voor satire zien, heeft hem ziende blind gemaakt; juist door zijn afkeer van het weeïge humanisme waarmee de reputatie van de grote Nederlandse schilder is omringd, is hij niet meer in staat zijn grootsheid te ondergaan. Hij denkt enkel nog in schematische abstracties. En zoals hij naar Rembrandt kijkt, zo kijkt hij naar het leven – dat hem grotendeels ontgaat, in de eerste plaats het gevoelsleven van zijn Rembrandteske vrouw Kiki.

Tegenover hem staat Monty Kipps, ook een figuur waarin gemakkelijk de tijdgeest valt te herkennen. Ook Kipps heeft van de ontmaskering zijn beroep gemaakt, maar dan van de liberale algemeenheden die door mannen als Howard Belsey worden verkondigd, al die ondoordachte goede bedoelingen waaruit maar geen betere wereld wil ontstaan, het onnadenkende, linkse sentiment dat alles als zielig en slachtoffer ziet. De zwarte neoconservatief Kipps tegenover de blanke linkse academicus Belsey – allebei beweren ze de wereld te zien zoals ze werkelijk is, allebei blijken uiteindelijk frauduleus. Het zijn de (oudere, zwarte) vrouwen in de roman die scherper zien, omdat zij de wereld niet beschouwen, maar ondergaan.

[streamer: Verraderlijk is dat Smith meestal aan de oppervlakte blijft]

De academische satire van On Beauty is niet vrijblijvend; ze blijft niet beperkt tot één milieu. Wie deze roman als hip, trendy en opzichtig multi-culti afdoet, is net zo kortzichtig als Smiths professoren. Net als Forster heeft de schrijfster een genadeloos oog voor de emotionele motieven die achter rationele argumenten schuilgaan, de al te menselijke beweegredenen achter de principiële woorden. Dit is weer een tijd van grote woorden, van verheven principes en rotsvaste waarheden, waarin iedere scepsis als een vorm van zwakheid wordt beschouwd – lees de opiniepagina van een willekeurige Nederlandse krant en je begrijpt wat Smith wil zeggen.

Verraderlijk aan On Beauty is misschien dat Smith meestal aan de oppervlakte blijft. Daardoor kan het lijken alsof zij zich volledig, net als haar personages, in futiliteiten van het gezinsleven verliest. Bladzijden lang gaat het immers over het al dan niet eten van een taart, over het recht om niet te hoeven werken op Eerste Kerstdag, over vreugdeloos overspel, wat voor kleren haar personages aantrekken en de discussie of iemand die niet is ingeschreven, toch een college mag volgen. De dialogen bestaan grotendeels uit gestileerd gekwek, het gedachteloze gebabbel dat onze dagen vult. Smith is daar bedreven in, zozeer dat je bijna gaat vermoeden dat ze niets liever doet dan dat, het geklets van alledag zo pregnant mogelijk op papier krijgen, Maar haar ambitie is veel groter. Net als Forster wil ze laten zien dat het menselijk verkeer zowel verraderlijk als bedrieglijk is, dat onbeduidende voorvallen grote gevolgen kunnen hebben, dat een achteloos uitgesproken frase tot beslissende inzichten kan leiden. Haar personages zeggen niet alleen niet wat ze bedoelen, ze weten het meestal zelf niet – dat maakt ze geloofwaardig in hun onvoorspelbaarheid.

Vreemd genoeg heeft Smith naast de kracht van Forster ook diens onhandigheden overgenomen, zoals de passage waarin de rappende straatjongen Carl tegen Zora Belsey onbeholpen uitweidt over de verdiensten van Mozarts Requiem. Zijn alter ego in Howards End heeft dezelfde ongeloofwaardige trekjes.

En dan professor Belseys late bekering tot Rembrandt… maar de inzet van On Beauty is zo groot, dat het flauw wordt om zwakheden van de roman uit te meten. Je wordt dan vanzelf als de ijdele hoogleraren Belsey en Kipps, die hun eigenwaarde ontlenen aan de idiotie van anderen, die bijzaken honen om de kern niet onder ogen te hoeven zien. Ik houd niet van critici en lezers die vluchten in laatdunkendheid. On Beauty kun je vormeloos noemen, je kunt losse eindjes aanwijzen en onuitgewerkte personages, maar dan ga je voorbij aan wat Smith wil en kán: het leven innig omarmen in zijn vergeefsheid en vergankelijkheid. Dat is een waagstuk dat niet veel schrijvers aangaan. Dit is een roman die zich niet laat ontkennen.

Recensies op papier

Boekenbijlage NRC HandelsbladDeze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.