Verboden voor komkommers

Dat Hafid Bouazza buiten de orde viel, was bij de verschijning van zijn debuut De voeten van Abdullah onmiddellijk duidelijk. `De stilte ging ongemakkelijk verziten als een schroomvallige vrouw in mannelijk gezelschap', luidt de tweede zin van het boek. Schroomvallig? En binnen enkele bladzijden duiken op: nebbespitsorig, brokaat, een kevelkin en baldakijnen. Bouazza slingert zich door de taal, de woorden voor in de mond. Een schrijver om voor te lezen, bij wie zintuiglijkheid altijd de boventoon voert: `Ik streek met mijn vingers over de muren; deuren trokken zich werend terug in de veilige omarming van de oude muren, die hun armen wijd openden in een klein plein.'

Hafid Bouazza: De voeten van Abdullah. [1996] Rainbow pockets, 151 blz. €8,–

Iets wat goed is en eerder niet bestond, noemt men graag exotisch. Dat Bouazza in 1970 in Marokko werd geboren en in Arkel (ZH) opgegroeide, dreef lezers en critici naar de gedachte dat die weelde wel de vrucht van interculturele kruisbestuiving moest zijn. Helaas: Bouazza wilde geen allochtoon wonderkind zijn. ,,Een allochtone schrijver is iemand die in het Allochtoons schrijft en een Nederlandse schrijver schrijft in het Nederlands', zei hij kort na het verschijnen van het boek. Wie de wortels van zijn stijl zocht, kon het beste Karel ende Elegast lezen, of de Tachtigers.

Maar De voeten van Abdullah is niet alleen vanwege de stijl een slecht begrepen boek, zoals het ook niet alleen om die reden een prachtig boek is. Wat in alle woordkunst versluierd wordt, is dat Bouazza's verhalen zo opgewekt en humoristisch zijn. Hij zet de lezer constant op het verkeerde been door te spelen met de verwachtingen die men heeft bij een schrijver `tussen twee culturen'. Verhalen met een magisch-realistische inslag (voeten die zonder de rest van het lichaam terugkeren uit de heilige oorlog, vloeken die een dorp teisteren), blijken wellustige bespottingen van de autoriteiten. Als komkommers en aubergines worden verboden ter bestrijding van zelfbevrediging door vrouwen, treuren de getroffenen om `een ontdekking die te laat kwam [...] Al die tijd hadden zij ze in stukken gesneden om man en kroost te voeden'. De `wanlust' is niet in te dammen – onder iedere sluier wordt getast.

Even goedgehumeurd bespot Bouazza de openheid van het noorden. In het verhaal `De verloren zoon' raakt de hoofdpersoon in Nederland verveeld door de schaamteloosheid van Hollandse vrouwen en keert terug naar zijn dorp. Eenmaal getrouwd, begint hij zijn bruid te ontsluieren. Hoeveel kleren hij ook van haar af haalt, een lichaam is er niet – zij is niets dan sluier.

Zinnelijkheid en verbeelding zijn niet alleen niet in te dammen met islamitische wetgeving, ze zijn ook niet openbaar te maken met Hollandse nuchterheid: ze gedijen uitsluitend in de taal, in de literatuur. Zo ontstaat een cirkel: Bouazza zet het zwaarste verbale geschut in om de lezer een bepaalde richting op te duwen, pompt het verhaal vol lucht zodat het een parodie wordt en komt zo weer bij de taal terecht. Die is bij Bouazza sterker dan welk voorschrift ook, of het nu wetgeving is of maatschappelijke etikettering. Daar moet de traditie nog bij verzonnen worden.

Recensies op papier

Boekenbijlage NRC HandelsbladDeze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.