Verlangen naar een normale dag
In Ton Rozemans debuut slaat de kleine ellende snel toe
De schrijversvakschool `t Colofon, die deze week in acute financiële nood geraakte, heeft in kringen van selfmade literatoren nooit een bijzonder goede naam gehad, evenmin trouwens als gelijksoortige instellingen. Zij gelden bij uitstek als kweekvijver voor het voetvolk van de letterenrepubliek, de plaats waar adequaat, maar zonder smaak of noodzaak de zinnen aan elkaar worden geregen.
Ton Rozeman: Intiemer dan seks. L.J. Veen, 142 blz. ƒ29,90
Het getuigt dus van een zekere moed als een beginnend auteur zich laat voorstaan op de training die hij op zo'n opleiding heeft gekregen, zoals debutant Ton Rozeman (1968). In de persinformatie bij zijn debuut Intiemer dan seks durft hij een passage uit zijn examenrapport van 't Colofon op te nemen. Het is een citaat van Thomas Rosenboom, waarin deze van zijn pupil zegt dat deze `het maximale uit het minimale' weet te halen.
Nu is Rozeman nog geen Roosenboom, en het maximale is erg veel, maar de elf verhalen uit zijn debuut zijn niet niks. De meeste beschrijven in eenvoudige woorden het leven van mensen zonder uitzonderlijke ambities of eigenschappen: huisvrouwen, fysiotherapeuten, IT-medewerkers of automonteurs die beland zijn in een levensfase waarin alles redelijk op de rails lijkt te staan: ze gaan samenwonen, het eerste kind ligt op de commode, ze gaan met een bevriend stelletje een weekend weg. Gezellig. Maar binnen enkele pagina's slaat de kleine ellende toe: ruziënde buren leggen de feilen in de eigen relatie bloot, de baby zit vol rode vlekjes, de juist ontslagen echtgenoot slaapt op de bank en een van de twee koppels verlaat stilletjes het bungalowpark.
`Ik dacht dat we zouden doen of dit een normale dag is', zegt de hoofdpersoon van het titelverhaal 's ochtends in bed tegen zijn vriendin. Het is geen gewone dag omdat de verteller en zijn Mirjam die ochtend de rechtszaak zullen bijwonen tegen haar voormalige fysiotherapeut, Dennis. Dennis staat terecht wegens ongewenste intimiteiten met een van zijn cliëntes. Ook bij Mirjam `heeft hij zijn handen niet thuis kunnen houden' – overigens voordat zij haar relatie met de hoofdpersoon begon. Gewapend met haar dagboeken nemen de twee plaats op de publieke tribune. In de rechtzaal zegt de fysiotherapeut spijt te hebben en nooit andere cliënten dan de aanklaagster `op die manier te hebben aangeraakt'. Dennis liegt, constateert Mirjam woedend, en ze gaat naar de bode om de rechtbank dat te vertellen.
Intiem
Op dat moment lijkt het net rondom de aanrander zich te sluiten, maar even later heeft Rozeman een voor dit boek typische, ontluisterende wending in petto. Eerst kijkt de hoofdpersoon stiekem in haar dagboeken, waarin hij leest over Mirjams ervaringen op Dennis' massagetafel: `Het was intiem, geen seks. Tenminste, ik denk dat het geen seks was. Het was intiemer dan dat.' Een paar minuten later barst de verdachte in tranen uit, waarop Mirjam smelt en weigert zich verder nog met de rechtszaak te bemoeien: `Je zag toch een volwassen man staan huilen en zeggen dat hij spijt had. Mijn God, dat vind ik ergens van getuigen.' Volgt nog een ruzie en het einde.
Zo neemt Rozeman zijn personages steeds weer de middelen uit handen waarmee ze hun omgeving denken te controleren. De Ander heeft altijd weer een nare verrassing in petto, zeker als het de liefde betreft. Want wat aan het begin van een Rozemanverhaal nog de langgewenste liefde lijkt, blijkt aan het einde vaak een misverstand tussen welwillende mensen, die niet weten hoe ze elkaar, of het leven, moeten aanpakken. Ze zijn machteloos als kinderen, gekweld door de wetenschap dat ze het eigenlijk allemaal net voor elkaar zouden moeten hebben.
Intiemer dan seks bevat ook twee verhalen waarin kinderen de hoofdrol spelen, maar die zijn niet de meest overtuigende. De kinderen zijn even hulpeloos als de volwassenen, maar zij worden niet gekweld door het besef dat het anders zou moeten zijn, door de verwachting dat het eigenlijk `een normale dag' zou moeten zijn. Of door de hoop dat de tijd van de normale dagen weer in zicht is, van een man die al weken overspannen thuis zit en zijn vrouw met telefoontjes van haar werk houdt.
Maar ook vooropgezette scenario's voor de abnormale dagen blijken niet bestand tegen de menselijke grillen, zoals in het tragikomische openingsverhaal, waarin een man `toevallig binnenloopt' bij een goede vriend om te bekennen dat hij al een tijdje het bed deelt met diens vrouw. `Een vorkje meeprikkend' bij de barbecue in de achtertuin, komt hij er echter achter dat de verhoudingen nog een stuk ingewikkelder liggen. Overigens is dit verhaal, `De stille getuige', een van de weinige waarin Intiemer dan seks iets komisch krijgt: veel vaker zijn de verhalen pijnlijk.
Ameland
In zijn dialogen maakt Rozeman uitstekend gebruik van de clichés die mensen nu eenmaal uitspreken als ze zich geen raad weten met zichzelf, zoals het tenenkrommende `Op Ameland waren we toch gelukkig?' van de man die net gehoord heeft dat zijn vriendin `bedenktijd' wil. Of: `Ik ben niet inhalig, dat weet je, het gaat me om het idee', van de man die ontevreden is met het afscheidscadeau dat hij van zijn werk heeft gekregen.
Intiemer dan seks zou je kunnen lezen als een serie oefeningen voor de beginnende relatietherapeut. Dat heeft niet alleen te maken met wat Rozeman beschrijft maar ook met hoe hij het beschrijft en vooral hoe hij met perspectief omgaat. Denk je in het begin van het verhaal nog `hij is de bruut en zij is de feeks', halverwege draait dat meestal om – en soms wel weer terug. Het nadeel daarvan is dat de verhalen na verloop van tijd op elkaar gaan lijken, waardoor je gaat verlangen naar een boek van Rozeman over mensen die méér willen dan een beetje genegenheid en een normale dag. Want wat Rozeman uit het minimale weet te halen, maakt nieuwsgierig naar wat er gebeurt als hij zich aan het maximale waagt.
`We hebben nog drie kwartier,'zegt Eddie.
`Maar we zijn er nog niet,' zegt mijn vrouw.
`We moeten er nog naartoe,' zegt Connie. Ze pakt een lok haar beet en trekt de krul eruit. Ze brengt de sliert naar haar neus, snuift. `Ik moet het wassen,' zegt ze.
`Het zit goed,' zegt Eddie. `Je hebt het vanmorgen nog gewassen.' Hij gooit de dobbelsteen: een zes. `Kut,' zegt hij, en meteen daarachteraan: `Excusez le mot'. Hij geeft de beker aan mij. Ik rammel ermee maar gooi niet.
`Ik ga het wassen,' zegt Connie. `Moet je ruiken. De snelweg zit in mijn haar.'
`Dat is niet de snelweg,' zegt Eddie. `Het is de binnenstad van Brussel die je ruikt. Erómheen, had ik gezegd, niet erdóórheen.'
Uit Ton Rozeman: Intiemer dan seks
`We hebben nog drie kwartier,'zegt Eddie.`Maar we zijn er nog niet,' zegt mijn vrouw.`We moeten er nog naartoe,' zegt Connie. Ze pakt een lok haar beet en trekt de krul eruit. Ze brengt de sliert naar haar neus, snuift. `Ik moet het wassen,' zegt ze.`Het zit goed,' zegt Eddie. `Je hebt het vanmorgen nog gewassen.' Hij gooit de dobbelsteen: een zes. `Kut,' zegt hij, en meteen daarachteraan: `Excusez le mot'. Hij geeft de beker aan mij. Ik rammel ermee maar gooi niet.`Ik ga het wassen,' zegt Connie. `Moet je ruiken. De snelweg zit in mijn haar.'`Dat is niet de snelweg,' zegt Eddie. `Het is de binnenstad van Brussel die je ruikt. Erómheen, had ik gezegd, niet erdóórheen.'Uit Ton Rozeman: Intiemer dan seks
Lees verder
Recensies op papier
Deze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.

