Wat een juweel
Ontdekking en ideologisering van de vagina
Het vrouwelijk geslachtsorgaan is wetenschappelijk nog grotendeels onbekend terrein, betoogt Catherine Blackledge. Zelf heeft ze haar geschiedenis van de vagina behoorlijk opgesekst.
Catherine Blackledge: The Story of V. Opening Pandora's Box. Weidenfield & Nicolson, 322 blz. €32,50. Vertaald uit het Engels door Erica van Rijsewijk als Het verhaal van V, Uitgeverij M, 432 blz. €18,50
In juni 1998 haalde een belangrijk onderdeel van het vrouwelijk geslachtsorgaan wereldwijd de voorpagina's. Australische urologen onder leiding van Helen O'Connell rapporteerden in het wetenschappelijke tijdschrift The Journal of Urology dat de clitoris minstens tweemaal zo groot is als destijds in de meeste anatomische handboeken werd weergegeven. Het vrouwelijke zwellichaam dat aan de buitenzijde slechts zichtbaar is als een knopje, loopt inwendig diep door in een vorkachtige vertakking die de vagina aan twee kanten omsluit. De medische wetenschap ervoer het als een schok dat een onderdeel van het menselijk lichaam pas zo laat door artsen werd begrepen.
Het was deze onthulling die de Britse wetenschapsjournaliste Catherine Blackledge inspireerde tot het schrijven van The Story of V, een wetenschapsjournalistiek boek dat eens te meer aantoont hoe weinig de moderne wetenschap weet over het vrouwelijke geslacht. `Door de woorden en de plaatjes van het Australische onderzoek ben ik mijn clitoris (en vervolgens de rest van mijn vagina) in een heel ander licht gaan zien', schrijft Blackledge.
Na de seksuele revolutie van de jaren zestig die werd aangevoerd door hippe jeugd, lijkt aan het begin van de eenentwintigste eeuw ook een coming out van de seksualiteit van de gewone vrouw gaande. De veelbesproken Vagina monologen die twee jaar geleden ook in Nederland werden opgevoerd zijn daar een pendant van. Ook The Story of V probeert het praten over en kijken naar het vrouwelijk geslacht uit de taboesfeer te trekken, maar schiet door naar het ideologische. In die ideologie fungeert de vagina als symbool van alles wat vrouwelijk is.
De geschiedenis van de wetenschappelijke kennis over de vagina is er een van onwetendheid en misvatting, schrijft Blackledge. Geneesheren van de oude Grieken en Romeinen (onder wie Galenus en Aristoteles) beschreven het vrouwelijke geslacht als een penis die onvolledig tot ontwikkeling was gekomen en die zich niet, zoals bij mannen, naar buiten heeft ontpopt. Het maakte de vrouw tot een soort binnenstebuiten gekeerde man.
Dat idee zette zich voort tot in de Renaissance. De anatomische tekeningen van Vesalius in zijn De Humanis Corporis Fabrica uit 1543 dragen er nog duidelijk de sporen van. Het was de Nederlandse anatoom Reinier de Graaf die in 1672 opmerkte dat de vagina welbeschouwd geen enkele gelijkenis vertoonde met de penis. De `testikels' van de vrouw produceerden geen zaad zoals die van de man, maar eitjes. Daarom moeten deze organen ovaria heetten en geen testikels, concludeerde De Graaf. Vanaf dat moment accepteerde de wetenschap langzaam dat het vrouwelijk geslacht uniek was. De vagina werd een apart orgaan en de baarmoeder niet langer beschreven als een naar binnen gevouwen scrotum, zoals Galenus dat indertijd deed.
Het was wederom Reinier de Graaf die in de zeventiende eeuw al een uitgebreide kennis bezat over de anatomie van de clitoris. Zijn tekeningen van het orgaan hebben veel weg van de uitgebreide structuur zoals de Australiërs die in 1998 `herontdekten'. Kennelijk is het inzicht van De Graaf weer verloren gegaan. Blackledge analyseert dat teloorgang van deze kennis veel te maken had met de ontdekking, eind achttiende eeuw, dat het vrouwelijk orgasme niet noodzakelijk was voor de conceptie. Dat maakte de clitoris een overbodig orgaan.
Er was ook nog een deel van de mythe van het `afgeleide geslacht' blijven hangen, zegt Blackledge in The Story of V, namelijk dat de clitoris een onderontwikkelde penis is. Zelfs vandaag is die opvatting nog algemeen, ook onder artsen. Blackledge bestrijdt het te vuur en te zwaard. De vrouw is geen onvolmaakte man. Weliswaar ontstaan de mannelijke en vrouwelijke geslachtsorganen uit dezelfde embryologische aanleg, toch ontwikkelen zij zich onder invloed van hormonen in totaal verschillende richtingen. De penis en de clitoris zijn niet analoog. Het weefsel dat zich bij de man tot eikel ontwikkelt, zit bij de vrouw ergens tussen clitoris en vagina. Maar als de clitoris geen penis is, wat is het dan wel?
Spitsvondig
Bij die vraag draait het om de functie van de clitoris. `Use it or lose it', is het adagium van de evolutie, met andere woorden: overbodige lichaamsonderdelen zullen door natuurlijke selectie verdwijnen. Daarom is de clitoris geen `troostprijs van de biologie', zoals Blackledge het spitsvondig noemt, maar een nuttig apparaat. Stimulatie van de clitoris bevordert de doorbloeding en de bevochtiging van de vagina zodat coïtus makkelijker plaats kan hebben. Het vrouwelijk orgasme roept een spierbeweging die het sperma richting baarmoeder transporteert. Bevrediging in het algemeen stimuleert ook de maandelijkse eisprong, en zo heeft de clitoris indirect effect op de vruchtbaarheid.
Maar er zijn meer aspecten aan de `vagina incognita'. Vrouwen hebben net als mannen een prostaat. En het bezit van die klier welke uitmondt in de urinebuis is volgens Blackledge de verklaring voor het ongrijpbare fenomeen van de vrouwelijke ejaculatie. Stimulatie van de prostaat kan leiden tot een ontlading waarbij grote hoeveelheden vocht naar buiten spuiten. Net als bij het mannelijke vloeistofproduct van de prostaat bevat dit vocht het eiwit PSA (prostaat specifiek antigen), hetgeen de oorsprong ervan ondubbelzinnig maakt. De plaats waar de vrouwelijke prostaat gestimuleerd kan worden is de zogeheten G-plek, een paar centimeter van de ingang gelegen in de vaginawand aan de buikzijde. Die plek werd in 1950 voor het eerst beschreven door de Duitse gynaecoloog Ernst Gräfenberg. Maar het fijne weet de wetenschap er wederom niet van, net als eerder bij de clitoris.
Het is erg jammer dat Blackledge in haar betoog nauwelijks onderscheid maakt in de autoriteit van haar bronnen, waardoor anekdotes, mythen en wetenschappelijke studies in een onontwarbare kluwen gegevens eindigen. Wat is nou waar, denk je als lezer telkens. Bovendien ontbreekt een notenapparaat. Blackledge biedt achterin het boek, gerangschikt per hoofdstuk, slechts een lijst met suggesties voor verder lezen. Ook hier ontbreekt het onderscheid tussen wetenschappelijke en populair geschreven teksten.
Soms gaat Blackledge echt de mist in. Zo beweert zij dat tijdens de geslachtsgemeenschap infecties (bijvoorbeeld met HIV) alleen kunnen worden overgebracht als er schaafwondjes zijn in de vaginawand. Dat lijkt te berusten op een verkeerde interpretatie van onderzoek waaruit blijkt dat infectie via een beschadigde vaginawand makkelijker optreedt. Blackledge heeft haar Story of V behoorlijk `opgesekst'. Door zinnen als `in de neus zit ook een clitoris' probeert zij op weinig subtiele wijze de aandacht van lezers te trekken. Maar bij nadere beschouwing van het genoemde voorbeeld, blijkt de `clitoris van de neus' niet veel meer te zijn dan een zwellichaam, dat net als het genitale onderdeel hard wordt bij seksuele opwinding. Daar houdt de analogie echt op: bevrediging via de neus is uitgesloten.
Overdrijving
Eerder liet zij de lezer al weten dat ook de man een clitoris heeft. Ook hier is sprake van doelbewuste overdrijving. Onder clitoris verstaat Blackledge nu ineens de `corpora cavernosa', het zwellichaam. Inderdaad zijn de zwellichamen van man en vrouw analoog. Maar waar bij de vrouw het puntje nog aan de oppervlakte komt en de rest diep in het lichaam ligt, zit het zwellichaam van de man geheel verborgen in de penis. Hetzelfde weefsel heeft in beide geslachten een heel verschillende functie. Wilde Blackledge door dit `de mannelijke clitoris' te noemen een oude rekening vereffenen?
Door het boek heen gaat Blackledge zich te buiten in een bijna hemelse adoratie voor het vrouwelijk geslacht. Pratend over de aanblik van een vagina tussen de wijd gespreide benen van een vrouw schrijft zij: `Het is een ontzagwekkend, rijk kunstwerk, een glorieus juweel.' En later, over de geur van haar eigen vagina: `Ik heb twee lievelingsgeuren. Het smaakvolle aroma van mijn moeders suddervlees met aardappeltaart en de rijke geur van mijn vruchtbare kut.'
Achter deze bloemrijke taal zit duidelijk een agenda. Blackledge wil eerherstel voor de vagina. Niet langer hoeft het onderwerp schaamtevol en op gedempte toon besproken te worden. Nee, het is iets om trots op te zijn en om van te genieten. Was in de titel nog sprake van een eufemistisch `V', na het lezen van dit boek mogen lezers en lezeressen trots uitroepen: vagina!
Blackledge dreigt met die shock and awe-stijl haar doel voorbij te schieten. Misschien is het zolang medici nog geregeld nieuwe onderdelen ontdekken, ook nog wel te vroeg voor een nuchter boek over de vagina. Serieuze wetenschap is vaak een voorwaarde voor serieuze wetenschapsjournalistiek.
Lees verder
Recensies op papier
Deze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.
