' We luisteren te veel naar extremisten'

Hoogleraar John Esposito probeert met feiten botsing der beschavingen te voorkomen

De Amerikaanse hoogleraar John Esposito probeert met feiten de toenemende intolerantie tegen te gaan, die de islamitische en westerse wereld steeds meer tegenover elkaar stelt.

John Esposito en Dalia Mogahed: Wie spreekt namens de islam? Wat een miljard moslims werkelijk denken. Uitgeverij De Wereld

„Ja! Absoluut!” antwoordt professor John Esposito op de vraag of islamitische terreur én anti-islamitische uitspraken van radicale westerse politici een botsing der beschavingen naderbij brengen.

„Intolerante westerse politici zeggen dat ze hun uitspraken doen in naam van gelijkheid en vrijheid. En de moslimextremisten zeggen ook niet dat ze in naam van intolerantie vechten. Ze zeggen dat ze joden, christenen etcetera moeten doden omdat de anderen hén willen doden. En dan krijg je extremere Amerikaanse en Europese politici die zeggen dat ze intolerant moeten zijn om vrede te brengen. Dat er misschien een bom op Mekka moet worden gegooid zoals er ooit een atoombom op Hiroshima is gegooid. Dat Iran met militaire middelen de pas moet worden afgesneden.”

De Amerikaan Esposito (1940), hoogleraar islamitische studies aan Georgetown University in Washington en auteur van tientallen boeken, probeert deze cyclus juist te doorbreken door feiten over moslims en de islam te bekend te maken. Hij schreef recentelijk samen met Dalia Mogahed van het Centrum van Moslimstudies van onderzoeksbureau Gallup het boek ‘Wie spreekt namens de islam?’ op basis van zes jaar durend (2001-2007) opinieonderzoek van Gallup in ruim 35 landen waar overwegend moslims wonen of met een substantiële moslimminderheid. Ter gelegenheid van het uitkomen van het boek in Nederland was Esposito eerder deze maand in Amsterdam.

Dergelijk onderzoek bestond tot dusverre niet, zegt Esposito in een vraaggesprek. Er zijn experts en pseudo-experts, mensen die denken dat ze deskundig zijn, die vertellen wat moslims bijvoorbeeld van democratie vinden. Een deel van het huidige probleem is volgens hem de strijd tussen deze experts. „Of je nu Nederlander of Amerikaan bent, als je je tv aandoet, of je gaat naar de bibliotheek, dan kan je even geleerde, intelligente mensen vinden, vaak met een overeenkomstige achtergrond, die diametraal tegenovergestelde dingen zeggen.”

„Dat is één kant van het probleem. En de andere is dat de terroristen de stemmen zijn die worden gehoord. Zij zijn degenen die het gemiddelde publiek hoort, op wie de media zich vooral concentreren: in die zin spreken de terroristen voor de islam”, aldus Esposito. En, zegt hij, „doordat we ons concentreren op de extremisten en hen vervolgens gelijk stellen aan de islamitische massa, vervreemden we de massa van ons omdat die meer en meer een oorlog tegen de islam ontwaart.”

Maar als je de islamitische wereld wilt begrijpen, om te zien wat er mogelijk kan gebeuren, dan moet je inzicht krijgen in het denken van de meerderheid. „Dat zijn ook de mensen om wie iedereen vecht! Hun regeringen vechten om hun loyaliteit, de extremisten proberen hen mee te lokken en westerse regeringen moeten zich er zorgen om maken of zij niet verder bijdragen tot radicalisatie van wat nu de massa is.”

Wat we ook vergeten te zien, aldus Esposito, dat er een groep potentiële radicalen is – 7 procent, zegt hij, 91 miljoen, een klein percentage maar veel mensen – die door Bin Laden kunnen worden aangetrokken als de situatie verslechtert. Hoe kunnen die worden bereikt? „Wat interessant is, en zelfs ik was erdoor verrast, is dat uit het onderzoek bleek dat deze potentiële radicalen niet religieuzer zijn dan andere mensen. Ze zijn beter opgeleid, zijn zich meer bewust van de buitenwereld. Maar ze zijn veel cynischer en banger voor het Westen en westerse dominantie. Omdat ze geloven dat het Westen met twee maten meet wanneer het gaat om democratie en mensenrechten – het vindt democratie en mensenrechten belangrijk voor zichzelf, maar het negeert wat er aan de gang is in islamitische landen. Ze zijn bang voor interventie en daarbij kijken ze naar Afghanistan en Irak en Pakistan. De nadruk van de westerse politiek zou dus moeten liggen op diplomatie, ontwikkelingsprogramma’s, en minder op militaire interventie en wapenhulp.

„Maar het is niet zo dat ze ons niet aardig vinden om wat we zijn. Want uit de peilingen blijkt dat ze onderscheid maken tussen de VS en Groot-Brittannië onder Bush en Blair, en bijvoorbeeld Duitsland. Ze zeggen niet: we vinden je maatschappij overspelig en je moet dat veranderen. Ik wil zeggen: het is niet noodzakelijkerwijs een cultuuroorlog.”

Feiten, daar gaat het om, zegt Esposito. „Moslims ontkenden eerst dat ze een terroristenprobleem hadden. Dat is logisch; dat deden de Amerikanen eerst ook met de onthullingen over Abu Ghraib – dat kon toch niet waar zijn? Maar dat is heel erg veranderd. Nu zie je internationale initiatieven van moslims tegen het terrorisme. Maar in uw land zijn de mensen zich er vaak niet van bewust. Hoeveel aandacht was er bijvoorbeeld in de media voor de Boodschap van Amman, waarin honderden belangrijke islamitische leiders het terrorisme veroordeelden? Minimaal. Wanneer ik een spreekbeurt houd in de VS krijg ik altijd de vraag waarom moslims zich niet uitspreken tegen terrorisme. Maar op internet kan je samen met de mensen die om ‘9/11’ feest vieren in de straten, uitspraken terugvinden van belangrijke islamitische leiders die jaar in jaar uit in fatwa’s terrorisme veroordelen – maar het zijn de fatwa’s die zeggen: Doodt!, die de aandacht krijgen, dat is de werkelijkheid.”

Maar het is toch ook een feit dat er bijvoorbeeld in Saoedi-Arabië, bakermat van de islam, heel wat geestelijken waren en zijn die haat tegen andersdenkenden prediken?

„Je moet tussen twee dingen onderscheid maken. Geestelijken die haat prediken en predikers die een exclusivistische, antipluralistische theologie prediken. Dat wil zeggen een intolerante theologie. Groep B bestaat overal, ook in het christendom. Maar zij prediken niet direct geweld. Het gevaar is dat dit soort theologie kan worden overgenomen door gewelddadige mensen. De regeringen zitten al jaren achter de radicale predikers aan, maar zij beginnen in te zien dat ook de exclusivisten moeten worden aangepakt. Daar zijn ook de protestanten en de katholieken doorheen gegaan – pas het Tweede Vaticaans Concilie [1962-1965, red.] accepteerde religieus pluralisme, en veel katholieken accepteren het diep in hun hart nog steeds niet. In een moderne, geglobaliseerde wereld is dat een grote uitdaging voor alle gelovigen en zeker de moslims. In India heb je de hindoepartij BJP die antipluralistisch en intolerant is. Misschien dat de doorsnee-BJP-leiders niet openlijk oproepen tot geweld, maar hun ideologie zaait geweld.”

„We hebben hetzelfde exclusivisme aan seculiere kant. Bij leiders in Europa van de anti-immigrantenpartijen en zelfs bij een leider als president Bush, die de wereld schilderen als een van ‘ons’ en ‘hen’. Wanneer je zo’n wereldbeeld hebt, dan leg je de fundamenten voor ‘botsing’-taal en voor het demoniseren van de ander.”

Vrouwen willen dezelfde rechten als mannen

Enkele conclusies uit het Gallup-onderzoek onder moslims in 35 landen, minimaal duizend per land:

Een meerderheid wil niet dat geestelijk leiders een directe rol spelen bij het opstellen van een grondwet, maar wel dat religieuze wetten een bron van wetgeving zijn.

Vrouwen willen dezelfde rechten als mannen en een belangrijke rol voor religie in hun maatschappij.

Mannen vinden dat vrouwen rechten moeten hebben.

Van het Westen worden democratie en technologie het meest bewonderd en

moreel verval en teloorgang van traditionele waarden het minst.

Er is geen beduidend verschil in de mate van vroomheid tussen de meerderheid die terrorisme veroordeelt en de kleine minderheid die ermee instemt. Wat de radicalen van de rest scheidt is hun perceptie van de westerse politiek.

Recensies op papier

Boekenbijlage NRC HandelsbladDeze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.