Wit deugt niet, zwart is nobel

In 1950 maakte ‘Het zingende gras’, over de moord door een zwarte op zijn witte mevrouw (en minnares) veel indruk. Hoe leest Lessings roman  nu?

 

Het boek begint met het einde van het verhaal. Op een boerderij in Zuid-Rhodesië wordt het lijk gevonden  van Mary Turner gevonden. Ze is vermoord. De moordenaar, de zwarte huisbediende Mozes, wacht rustig tot de politie hem komt arresteren.
Een detective is Het zingende gras dus niet. Het is een psychologische roman, die de ondergang van Mary Turner beschrijft en tegelijkertijd het racistische gedrag van de blanken ten opzichte van de zwarte bevolking aan de kaak wil stellen.
Mary Turner is eigenlijk nooit volwassen geworden. Ze heeft een kantoorbaan in de stad en verdient haar eigen geld, maar terwijl haar vriendinnen ouder worden en trouwen, blijft zij zich als een meisje kleden. Ze gaat met mannen uit, maar van seks moet ze niets hebben. Dat heeft te maken met dingen die haar vader met haar uithaalde toen ze nog een kind was. Uiteindelijk trouwt ze toch, met Dick Turner, die op het platteland een kleine boerderij gaande probeert te houden. Als man stelt hij weinig voor, iets wat Mary alleen maar goed uitkomt, maar algauw komt ze erachter dat Dick ook als boer geen succes is. Mary trekt zich steeds meer in zichzelf terug, Dick ploetert van de ene tegenslag naar de andere en langzaam gaat hun boerderij ten onder. De andere boeren zien het met steeds meer weerzin aan.
De grootste zonde van het echtpaar Turner is dat het zich beneden een bepaald beschavingsniveau laat zakken, het niveau dat de blanken moeten zien te handhaven om aan de goede kant te blijven van de kloof die hen van de zwarte bevolking scheidt. En dan begint Mary tot overmaat van ramp ook nog iets met de zwarte huisbediende Mozes.
Hoewel Lessing in het midden laat hoe ver de verhouding tussen Mary en Mozes gaat, is het duidelijk dat er grenzen worden overschreden. Mozes helpt zijn meesteres met aan- en uitkleden, en gaat als gelijke met haar om. Dat kan natuurlijk niet in een land waar de oorspronkelijke bevolking door de blanke kolonisator ‘zwart gedierte’ wordt genoemd. Mary wordt gedwongen Mozes te ontslaan, waarna Mozes haar vermoordt.
De blanke personages in Het zingende gras zijn harteloze opportunisten of  benepen karakters zonder zelfkennis. Tot op het moment waarop hij zijn misdaad begaat, is de moordenaar het enige personage in het boek dat kalm en beheerst optreedt. Hij is een Nobele Wilde, een zwijgzaam karakter met een aangeboren waardigheid. Dat doet wel erg clichématig aan.
Toen Het zingende gras in 1950 verscheen, zorgde het voor ophef, maar nu komt het boek behoorlijk ouderwets over. Dat komt deels doordat voor deze editie de Nederlandse vertaling uit 1953 is gebruikt. Niets veroudert zo snel in de literatuur als vertalingen.
De hoofdrolspelers van Het zingende gras gebruiken termen als ‘verduiveld’ en ‘wel verdraaid’ en zeggen nog keurig ‘neen’ in plaats van ‘nee’. Maar dat het boek een gedateerde indruk maakt, komt ook doordat het verhaal wordt verteld door een alwetende verteller. Hoewel Mary centraal staat, duikt de verteller regelmatig de hoofden binnen van de andere personages, zodat we ook hun gedachten leren kennen. Het is soms net of je een naturalistische negentiende-eeuwse roman leest. Behalve alwetend is de verteller ook nog eens een betweter, die soms wel erg belerend wordt: ‘Zo sprak Dick, die bij dit alles nooit de moeite nam te overwegen dat deze zelfde wilden beter voor hem gekookt hadden dan zijn vrouw nu deed, dat zij uitstekend voor hem gezorgd hadden.’
Je mag verteller en auteur natuurlijk niet laten samenvallen, maar je krijgt nergens de indruk dat er veel ruimte tussen de twee zit, laat staan dat de roman een parodistisch karakter heeft, ook al breekt tijdens de sleutelscène, de moord, een hevig onweer los, een effect dat in 1950 toch ook al vrij sleets moet zijn geweest.
Waarom Mozes zijn bazin precies vermoordt, wordt nooit helemaal duidelijk. Voor Mary is hij eerder een vadersubstituut dan een minnaar, zoals uit een van haar dromen blijkt. Tijdens de laatste dagen van haar leven is ze behoorlijk krankzinnig (eigenlijk ook een zwaktebod van de auteur) en ze voorvoelt dat Mozes haar zal vermoorden. Maar de precieze beweegredenen van Mozes blijven duister, omdat de alwetende verteller, die de hele roman door erin slaagt de in het gedachteleven van de personages door te dringen, in gebreke blijft als het om Mozes gaat.
Pas op de laatste bladzijden probeert de verteller het hoofd van de huisbediende binnen te gaan, maar erg ver komt hij niet. Wanneer hij Mozes’ gedrag en gedachten begint te beschrijven, gooit hij al gauw de handdoek in de ring: ‘In hoeverre [Mozes] naast zijn voldoening over zijn geslaagde en volledige wraakneming nog andere gevoelens koesterde, spijt, medelijden, wellicht gekwetste genegenheid, valt onmogelijk te zeggen.’
 De verteller begrenst zijn alwetendheid, en de lezer blijft achter met de vraag waarom hij die grens uitgerekend hier trekt.

Recensies op papier

Boekenbijlage NRC HandelsbladDeze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.