`Zelden zoiets waardeloos gelezen'

Historie van het krabbelen in de kantlijn

Waarom leven lezers zich uit in de marge van hun favoriete boeken? Complete dialogen met de auteur worden soms naast de tekst gepriegeld. Een studie naar marginalia.

H.J. Jackson: Marginalia. Readers Writing in Books. Yale University Press, 324 blz. ƒ77,15

Schrijft u in boeken? Onderstreept of krast u? Pijltjes? Maakt u aantekeningen achterin of in de kantlijn? Of op een in het boek geplakt blaadje papier? Met inkt of met potlood? En in welke taal? In uw moederstaal of in de taal waarin het boek is geschreven? En wat schrijft u? Bekentenissen van persoonlijke aard? Suggesties voor aanvullend leesmateriaal? Beledigingen aan het adres van de auteur? Correcties? Of heeft u aan niets zo'n hekel als aan mensen die boeken verminken met hun handgeschreven opmerkingen?

Marginalia. Readers Writing in Books, van de Canadese wetenschapster H.J. Jackson, is een boek dat uitnodigt tot zelfreflectie.

Het is de eerste omvangrijke studie naar wat lezers schrijven in hun boeken; in de kantlijn, op het omslag of achterin. Deels gaat het om opmerkingen van beroemde lezers, zoals de waarschuwing die de Engelse dichter Samuel Coleridge voorin zijn exemplaar van Gerard Vossius' Poeticarum institutionum, libri tres uit 1647 schreef: `Ik heb dit boek met enige aandacht doorgelezen, 21 april 1803 –, en inderdaad heb ik zelden iets zo intens waardeloos gelezen.' Coleridge is overigens de bekendste marginaliaschrijver uit de geschiedenis. Nog tijdens zijn leven publiceerde hij ze in afzonderlijke boeken.

Voor de goede orde: Jackson houdt zich in Marginalia bezig met geschreven tekst en dus niet met strepen, uitroeptekens of ander abstracte uitdrukkingsvormen. Die in de Nederlandse literatuur overigens al vereeuwigd zijn in Willem Wilminks gedicht `Vader': `Vader kocht ooit/ een verzameld werk:/ een bundel gedichten/ van degelijk merk.// bij wat hij mooi vond/ zette hij strepen/ een enkele keer/ een uitroepteken.// bij tijd en wijle/ herlees ik die/ zeer summiere/ biografie:// in een code/ van strepen en stippen/ steeg het water/ hem naar de lippen.'

Alle marginalia kunnen gelezen worden als `een zeer summiere biografie' maar Jackson pakt haar onderwerp in dit doorwrochte, serieuze en uitvoerig geannoteerde werk breder aan. Ze begint met een deugdelijk historisch overzicht waarin ze uitlegt hoe de rol van marginalia begin negentiende eeuw veranderde toen moderne druktechnieken boeken goedkoper maakten en daarmee tot in de eerste plaats individueel bezit. Juist het steeds doorgeven van boeken had eeuwenlang het maken van aantekeningen gestimuleerd: wie iets in de kantlijn schreef, wist dat die observaties waarschijnlijk ook door anderen gelezen zouden worden. Dat werkt aanmerkelijk aansporender dan de gedachte dat het door de marginalist `verrijkte' boek niet verder komt dan de planken van de eigen kast.

Priegelen

Interessanter dan de geschiedenis is de fenomenologie van de marginalia en Jackson besteedt daar terecht veel aandacht aan. Zo blijkt dat de breedte van een kantlijn nauwelijks invloed heeft op de aantekenlust: het schrift voegt zich naar de ruimte: er wordt gepriegeld als er gepriegeld moet worden. De aanwezigheid van veel ruimte leidt niet tot meer aantekeningen. Het gaat erom wat het boek in de lezer losmaakt.

Waarbij de aantekeningen vaak niet alleen de auteur van het boek direct aanspreken (`Een sofisme, beste Jeremy', schreef Coleridge in een editie van Jeremy Taylors Polemical Discourses), maar daarvoor ook de taal gebruiken waarin het boek geschreven is. Jonathan Swift annoteerde Latijnse boeken in het Latijn en Franse boeken in het Frans, T.S. Eliot heeft zelfs Franse marginalia achtergelaten in Latijnse banden. Montaigne behoorde tot het andere kamp: in zijn kantlijnen staat uitsluitend Frans.

Voor Jackson is het schrijven van marginalia uiteindelijk altijd een uitbreiding van het schrijven van de eigen naam op de titelpagina: een daad van zelfbevestiging met soms een zekere mate van agressie. `De auteur heeft het eerste woord, maar de lezer neemt het laatste woord', signaleert ze terecht. Dat kan hard aankomen: weliswaar worden er vaker aardige dan onaardige dingen aan boeken toegevoegd, maar kritiek die zo dicht op de tekst staat, komt hard aan. Toen lezer Felke Greville James Boswell een zeer uitgebreid en consciëntieus aangetekende versie van diens Life Of Johnson opstuurde, negeerde Boswell de zending volkomen. En toen Cyril Connoly, auteur van The Unquiet Grave, ontdekte wat Evelyn Waugh zoal in de kantlijn van dat boek had geschreven, bracht hij dadelijk zijn Waugh-collectie naar de veiling. En met één marginalist is het vaak nog niet gedaan. In een boek dat van eigenaar verwisselt kunnen de verschillende kantlijnen in een loopgravenoorlog verzeild raken. `Een verdomde idioot heeft dit boek gehad voor ik het kocht', schreef Ezra Pound. `Ik ben niet verantwoordelijk voor de aantekeningen in zijn handschrift.'

De rolverwisseling tussen schrijver en lezer is echter nooit volledig. Want hoewel woorden in de kantlijn kunnen fungeren als een dolkstoot in de rug, blijft het maken van marginalia een parasitaire aangelegenheid: in de meest letterlijke, fysieke en inhoudelijke zin. De annotatie kan nu eenmaal niet zonder hoofdtekst en zeker bij de anonieme lezer die zijn aanmerkingen in een bibliotheekboek schrijft wordt een pijnlijk standsverschil duidelijk: dat tussen mensen die in hun eigen boeken schrijven en mensen die dat in andermans boeken doen. Voor die tragiek heeft Jackson niet veel oog, maar dat kan ermee te maken hebben dat zij niet alleen een serieus onderzoeker is van marginalia, maar ook een warm pleitbezorgster van het schrijven in boeken.

Poëtica

Vandaar ook dat Marginalia een poëtica van het kantlijnschrijven bevat, al bestaat die uit voor de hand liggende elementen: de aantekeningen moeten begrijpelijk zijn, relevant voor het boek waarin ze staan en eerlijk. Bovendien moeten lezer en schrijver enigszins aan elkaar gewaagd zijn en moet er iets van de geest van de aantekenaar te zien zijn.

Tussen al haar aanprijzingen door laat Jackson ook zien hoe hinderlijk marginalia kunnen zijn, bijvoorbeeld in de teksten van Hester Piozzi op de bladzijden van Samuel Johnsons Rasselas. In haar verlangen een ver weg wonende maar zeer geliefde vriend de schoonheid van het boek en hun vriendschap te tonen, schreef zij het hele boek door opmerkingen als `Oh, zo is het inderdaad' en `Oh, prachtig gezegd en zo wijs ontdekt', die de lezer uiteindelijk het idee geven dat er iemand hinderlijk door het boek heen praat.

Marginalia zijn dan ook controversieel en – ondanks de door Jackson overtuigend aangetoonde wetenschappelijke mogelijkheden – niet bijster geliefd bij onderzoekers. Bij boekwetenschappers geldt de liefde toch vaak het originele boek en niet een zich nadrukkelijk door een lezer toegeëigend exemplaar. Daar moet wat haar betreft zo snel mogelijk een einde aan komen. Bovendien dienen mensen te worden aangespoord zelf marginalia te maken.

Marginalia, tenslotte, is ook een optimistisch betoog over de toekomst van het boek. Jackson maakt duidelijk dat de vitaliteit van dat medium niet alleen ligt in de overdracht van tekst, maar ook in de smalle maar onmiskenbare marges die het boek biedt om er zelf iets aan toe te voegen, een vorm van bliksemsnelle interactiviteit waar ook de jongste generaties elektronische boeken – met aantekenmogelijkheden, maar typen is geen strepen – voorlopig nog niet aan kunnen tippen.

Recensies op papier

Boekenbijlage NRC HandelsbladDeze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.