Zelf een wereldbeeld bouwen
De Grieks-Duitse, illusieloze filosoof Panajotis Kondylis komt eindelijk uit de schaduw
Lang is het akelig stil gebleven rond de filosoof Panajotis Kondylis. Hoe onterecht dat is blijkt uit een verkenning van zijn rijke oeuvre.
In de letteren is de dood vaak een riskant keerpunt. Het kan akelig stil worden rond een schrijver als hij uit het leven is verdwenen. Zijn oeuvre staat er plotseling alleen voor en moet het zien te redden zonder interviews, lezingen, signeersessies en nieuw werk. In de filosofie en de geschiedschrijving is het niet anders. Dode filosofen en historici verdwijnen misschien nog wel sneller naar de hel van de vergetelheid, zonder dat de hemel van de klassieken ooit in zicht is gekomen. Maar voor de Grieks-Duitse filosoof Panajotis Kondylis maakt het niet zoveel verschil. Ook vóór zijn vroege dood in 1998, op 55-jarige leeftijd, had bijna niemand van hem gehoord, en zelf heeft hij nooit veel moeite gedaan om daar verandering in te brengen.
Als Privatgelehrter leefde hij de ene helft van het jaar in Athene, de andere in Heidelberg. In de openbaarheid trad hij zelden, behalve via zijn boeken, geschreven zowel in het Duits als in het Grieks, en in zijn laatste levensjaren ook via artikelen in de Frankfurter Allgemeine Zeitung. Wat hij te zeggen had was bovendien van een dusdanige aard, dat het onmogelijk brede instemming zou kunnen verwerven.
Alleen in kleine kring gold hij als een Geheimtipp, en zijn grote studie over de Verlichting uit 1981 (Die Aufklärung im Rahmen des neuzeitlichen Rationalismus) heeft het zelfs tot handboek gebracht, althans voor wie bereid en in staat is 700 bladzijden compromisloze geleerdheid te verdragen. Het boek is een meesterwerk van eruditie en analytisch vernuft, afgeschermd tegen oppervlakkige lezers door de lange en veeleisende volzinnen waarin het is geschreven. Maar soms klinkt er opeens ook een ander geluid, ironisch en laconiek, alsof de strenge geleerde even zijn masker afzet. Dan lezen we bijvoorbeeld over de ‘thans gangbare these van de zelfkritische Rede’ dat deze niet meer is dan ‘een begeleidend verschijnsel van de historische vermoeidheid van het westerse rationalisme’. Of over de sociale betekenis van het relativisme: ‘Als hulpeloze scepsis om zich heen grijpt, is dat slechts een teken dat men gewoon nieuwe zekerheden nodig heeft’.
Kondylis’ excursies in de Geistesgeschichte waren nooit alleen hun eigen doel, hij wilde er ook iets mee bewijzen. Zo is het in zijn Verlichtingsboek en zo is het in zijn andere grote ideeënhistorische studies: Die Entstehung der Dialektik (1979), Konservativismus (1986) en Die neuzeitliche Metaphysikkritik (1990). Eraan ten grondslag liggen uitgesproken opvattingen over mens en wereld, een even brisant als ongemakkelijk filosofisch gedachtegoed waarvoor de historische studies het empirische bewijs moeten leveren.
In die studies komt dat gedachtegoed hooguit zijdelings aan bod, maar gelukkig heeft Kondylis het ook in een apart boek (Macht und Entscheidung, 1984) op systematische wijze onder woorden gebracht. De oppervlakkige lezer wordt overigens wederom op veilige afstand gehouden, ditmaal niet zozeer door geleerde volzinnen als wel door een extreem abstracte betoogtrant. Wie voorbeelden en illustraties verlangt, moet zich maar tot de historische studies wenden.
In Kondylis’ filosofie draait alles om het natuurlijke streven van de mens naar zelfbehoud. Daaruit is de hele cultuur met haar mythen, religies en ideologieën voortgekomen, ten einde dat streven naar zelfbehoud richting en vastigheid te verschaffen. De basis is telkens een beslissing (in het Duits: Entscheidung), waardoor – bewust of onbewust – de chaotische werkelijkheid wordt veranderd in een overzichtelijke ‘wereld’ met bijpassend ‘wereldbeeld’. Ooit heeft de menselijke soort zich zo uit de natuurtoestand weten te bevrijden, maar sindsdien zijn de beslissingen niet verdwenen, met als gevolg een veelvoud van wereldbeelden die elk voor zich claimen de ‘waarheid’ te vertegenwoordigen en daar – in de vorm van waarden en normen – morele consequenties aan verbinden. Elk wereldbeeld is voor zijn aanhangers van levensbelang; het vertolkt niets minder dan de ‘zin’ van het leven en verschaft degenen die erin geloven een identiteit, die fanatiek wordt verdedigd tegen elke belager. Strijd is daarom een van de wezenskenmerken van het sociale leven; ideeën, normen en waarden zijn wapens. En altijd is er een ‘vijand’, zeker in het geval van nieuwe ideeën – die per definitie reageren op en ingaan tegen bestaande ideeën. Dus ook in de wereld van de geest is het altijd oorlog, de polemiek vormt haar element. Om daarbij te overwinnen is macht nodig, macht om het eigen wereldbeeld te verdedigen en de geldigheid ervan af te dwingen, maar die macht is niet iets bijkomstigs, die macht is de verborgen essentie, datgene waar het op aankomt in het poneren van ideeën, normen en waarden.
Kondylis zegt het krasser: op zichzelf zijn er helemaal geen ideeën, normen en waarden – het gaat altijd om tot ‘geest’ of ‘idee’ gesublimeerde machtsaanspraken. Vandaar dat het zinloos is om te spreken van een ‘ideeënstrijd’; niet ideeën strijden tegen elkaar maar concrete mensen met concrete verlangens en belangen. Wie zich bezighoudt met de geschiedenis van ideeën, moet dat goed in het oog houden. Het is makkelijker gezegd dan gedaan, maar Kondylis slaagt erin op verbluffende wijze in zijn grote historische studies, waarin de meest complexe bewegingen van het denken consequent ‘polemisch’ worden geïnterpreteerd.
Elke theoretische positie is volgens hem een ‘tegen-positie’, uitgelokt door andere posities. Zo begrijpt hij de Verlichting als een ‘rehabilitatie van het zinnelijke’ – tegen het christelijk-theologische wereldbeeld met zijn bovennatuurlijke opvatting van de geest. Kondylis laat zien dat ook aanvankelijke medestanders daarvan het slachtoffer konden worden, zoals Descartes en de andere ‘intellectualistische’ metafysici, voor wie de hoogste waarheid niet in de materiële zinnelijkheid maar in het – als iets zelfstandigs beschouwde – denken lag. Niet pas de Romantiek, maar reeds de Verlichting zelf keerde zich tegen de abstracte, mathematische opvatting van de natuur, omdat nog teveel daarvan aan theologie en metafysica herinnerde.
De uiterste consequentie van deze ‘rehabilitatie van het zinnelijke’ bestond uit een volstrekt relativisme en nihilisme (een wereld zonder transcendentie kent nu eenmaal geen absolute waarden), maar zover wensten de meeste Verlichtingsdenkers niet te gaan, uitzonderingen als La Mettrie of Sade daargelaten. Vanuit Kondylis’ filosofie van ‘macht en beslissing’ is heel goed te begrijpen waarom men voor deze uiterste consequentie terugschrok: zonder absolute waarden en normen zou het verlichte wereldbeeld zijn functie als zingever niet kunnen vervullen. Vandaar dat de meeste Verlichtingsdenkers ter vervanging van de christelijke God nieuwe absoluta bedachten, zoals de Natuur, de Rede, de Mens of de Geschiedenis. En zo is het nog steeds.
Kondylis beschrijft en analyseert, maar één ding doet hij niet: kritiseren. Zijn nadruk op het polemische gehalte van de Geistesgeschichte heeft weliswaar iets van een ontmaskering, maar anders dan bijvoorbeeld de marxistische ideologiekritiek vindt hij niet dat het anders zou moeten of kunnen. Hij laat alleen zien hoe het volgens hem toegaat. Ook maakt hij geen keuze tussen de verschillende partijen en posities, waardoor zijn eigen positie consequent waarde-vrij blijft. Dat gebeurt met opzet, vanuit de overtuiging dat alleen strikte neutraliteit het mogelijk maakt het mechanisme of de structuur te herkennen die bijna overal in het geestelijke leven werkzaam is.
Iedereen is tenslotte ook het slachtoffer van zijn eigen wereldbeeld en de ‘normatieve’ implicaties ervan. Is een wereldbeeld eenmaal tot ‘waarheid’ geobjectiveerd en tot bron van morele waarden gemaakt, dan lukt het niet meer om er buitenom te denken; zo’n wereldbeeld is onmisbaar voor het leven. Waarom lukt het Kondylis dan wel? Omdat hij bereid is voor zijn waarde-vrije inzicht ‘het leven’ te verzaken. Tegenover de in dat leven heersende wereldbeelden en waarden stelt Kondylis zich op als een scepticus en een relativist, maar niet tegenover zijn eigen inzicht in de werking van de geestelijke wereld. Dat inzicht beschouwt hij als objectief en empirisch.
Zelf spreekt Kondylis van een ‘descriptief decisionisme’: het beschrijft de beslissingen (‘decisies’) van de anderen, zonder er een oordeel over te vellen én zonder de beslissing zelf als een waarde te verheerlijken (dat doet het ‘militante’ decisionisme van bijvoorbeeld Carl Schmitt, iemand van wie Kondylis desondanks het nodige heeft overgenomen). Wèl erkent hij volmondig dat het leven niet zonder zulke beslissingen kan, net zo min als het kan zonder wereldbeelden en hun onvermijdelijke blikvernauwing – dat leert hem zijn waarde-vrije, amorele beschouwing van mens en wereld, die in de lijn ligt van Thucydides, Machiavelli, Hobbes, Spinoza, Schopenhauer en Nietzsche, denkers die zich veelal evenmin (zij het niet zo consequent als Kondylis) door illusies of ‘normativisme’ lieten bedwelmen. De vraag blijft alleen: als je zo weinig of zelfs geen fiducie hebt in wereldverbetering, waarom dan toch al deze inspanning?
Op de laatste bladzijde van Macht und Entscheidung geeft Kondylis het antwoord door zich te beroepen op zijn ‘theoretisch nieuwsgierige ogen’: ‘Ik vind het enerverend en spannend dat op deze planeet de materie of de energie, zo men wil, tot bewustzijn van zichzelf gekomen is, dat er wezens zijn die in hun streven naar machtsvergroting de ,,geest’’ in heel de veelvuldigheid van haar vormen en verbazingwekkende spelen doen ontstaan en die zich het liefst met behulp van geloofsartikelen en theorieën wederzijds vernietigen’. Voor ‘parasitaire fijnproevers’ valt daar veel ‘speculatief genot’ aan te beleven, al voegt Kondylis eraan toe, even provocerend als laconiek, dat er geen ‘dwingende argumenten tegen de zelfmoord uit verveling’ aan kunnen worden ontleend.
Om zo’n baldadige opmerking zou ik hem, zelfs postuum, met liefde omarmen. Zijn werk is een verademing tegenover de ‘ethische zever’ (om met Du Perron te spreken) die je overal om de oren spat. Maar populair zal het nooit worden, tenzij de ‘historische vermoeidheid’ epidemisch wordt en dan zal het met die populariteit snel gedaan zijn. Je hebt niets aan de ideeën van Kondylis en juist daarom zijn ze waar – zo zou je de paradox die zijn denken tekent kunnen samenvatten.
Dat wil zeggen: je hebt er niets aan buiten het neutrale domein van de wetenschap. Misschien was hem dat toch te weinig, en is dat de reden waarom hij in de jaren vóór zijn dood zoveel over actuele politieke kwesties is gaan schrijven, niet alleen in boeken maar ook in de krant. Zeer gedistantieerde, illusieloze, vaak abstracte verhandelingen zijn het geworden, waarin Kondylis de overgang schetst van de burgerlijke samenleving naar de ‘massademocratie’ met haar egalitaire consumenten.
Zijn waarde-vrijheid zorgt ook nu weer voor veel ontnuchtering en provocatie, bijvoorbeeld wanneer hij over de combinatie van globalisering en mensenrechten schrijft dat deze eigenlijk alleen maar tot schijnheiligheid of tot een catastrofe kan leiden. De schijnheiligheid zit hierin dat het mensenrechten-pathos niet betekent dat men echt tot een rechtvaardige verdeling van de welvaart wil overgaan; de (ecologische) catastrofe ontstaat als men dat desondanks toch zou doen, vanwege het toegenomen energieverbruik dat nodig is om een zelfde welvaartspeil als de westerse wereld nu kent mondiaal te realiseren.
Conclusie: de waarheid is paradoxaal en zelden aangenaam. Hoe dat komt? Door onze menselijke eindigheid, die we steeds weer vergeten als we in de wereld strijden voor ons zelfbehoud, totdat een eminente denker als Panajotis Kondylis ons er weer aan herinnert – zonder daar iets anders voor terug te verlangen dan een moment van oplettendheid.
Conclusie: de waarheid is paradoxaal en zelden aangenaam
Kondylis’ boeken
Het werk van Panajotis Kondylis (1943-1998) is voor een deel alleen nog antiquarisch te verkrijgen. Maar zijn filosofisch tractaat Macht und Entscheidung is in 2006 herdrukt in de bundel Machtfragen (Wissenschaftliche Buchgesellschaft), waarin ook het enige mij bekende – schriftelijke – interview met Kondylis is opgenomen, van de hand van de Nederlandse politiek filosoof Marin Terpstra. Ook Die Aufklärung im Rahmen des neuzeitlichen Rationalismus is herdrukt (Meiner Verlag, 2002). Dit jaar volgen nog een herdruk van Der Niedergang der bürgerliche Denk- und Lebensform (1991) en de Duitse vertaling van een oorspronkelijk in het Grieks verschenen studie over Machiavelli uit 1971. Postuum verschenen Kondylis’ artikelen uit de Frankfurter Allgemeine Zeitung in Das Politische im 20.Jahrhundert. Von den Utopien zur Globalisierung (Manutius verlag, 2001) en het eerste deel van een groots opgezette ‘Sozialontolgie’: Das Politische und der Mensch (Akademie Verlag, 1999). Falk Horst bundelde dit jaar een aantal essays over Kondylis’ werk onder de toepasselijke titel Aufklärer ohne Mission (Akademie Verlag). Voor verdere informatie kan men terecht bij de website van de ‘Freundeskreis Panajotis Kondylis’ (http://www.kondylis.net).
Kondylis’ boekenHet werk van Panajotis Kondylis (1943-1998) is voor een deel alleen nog antiquarisch te verkrijgen. Maar zijn filosofisch tractaat Macht und Entscheidung is in 2006 herdrukt in de bundel Machtfragen (Wissenschaftliche Buchgesellschaft), waarin ook het enige mij bekende – schriftelijke – interview met Kondylis is opgenomen, van de hand van de Nederlandse politiek filosoof Marin Terpstra. Ook Die Aufklärung im Rahmen des neuzeitlichen Rationalismus is herdrukt (Meiner Verlag, 2002). Dit jaar volgen nog een herdruk van Der Niedergang der bürgerliche Denk- und Lebensform (1991) en de Duitse vertaling van een oorspronkelijk in het Grieks verschenen studie over Machiavelli uit 1971. Postuum verschenen Kondylis’ artikelen uit de Frankfurter Allgemeine Zeitung in Das Politische im 20.Jahrhundert. Von den Utopien zur Globalisierung (Manutius verlag, 2001) en het eerste deel van een groots opgezette ‘Sozialontolgie’: Das Politische und der Mensch (Akademie Verlag, 1999). Falk Horst bundelde dit jaar een aantal essays over Kondylis’ werk onder de toepasselijke titel Aufklärer ohne Mission (Akademie Verlag). Voor verdere informatie kan men terecht bij de website van de ‘Freundeskreis Panajotis Kondylis’ (http://www.kondylis.net).
Lees verder
Recensies op papier
Deze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.

