Auster, Paul

<img src="http://www.nrcboeken.nl/files/images/auteur/afbeelding2/1653013-0-162.jpg" alt="1653013-0-162.jpg" title="1653013-0-162.jpg" width="401" height="600" class="imagefield imagefield-field_au_image_2" />
Amerikaans romanschrijver, (Newark New Jersey 02-02-1947)

Toeval en vrije wil zijn de lievelingsthema’s van de vooral door Kafka beïnvloede Paul Auster. Persoonsverwisselingen, onverwachte erfenissen en onwaarschijnlijke ontmoetingen bepalen het bestaan van zijn personages, die niet zelden op keerpunten in hun leven besluiten om zich aan het toeval over te geven. Voor de hoofdpersonen uit The New York Trilogy, dat het New Yorkse buitenbeentje Auster beroemd maakte in Europa, en The Music of Chance (1990, over twee gedoemde gokkers), is de wereld een raadsel. En ook Marco Stanley Fogg uit de onconventionele avonturenroman Moon Palace (1989) zoekt met vallen en opstaan naar de zin van zijn leven. Austers spelletjes met taal, met de rol van de schrijver en met klassieke Amerikaanse genres als het detectiveverhaal en de road novel geven zijn werk een postmodernistisch tintje, maar zijn dubbele bodems en verwijzingen naar 19de-eeuwse auteurs als Hawthorne en Melville brengen de leesbaarheid nooit in gevaar. Het in 2006 verschenen Travels in the Scriptorium is een creatieve, zij het als roman niet geslaagde, samenvatting van Austers eigen oeuvre. Op elke bladzijde in deze roman is wel een verwijzing naar (een van de personages uit) zijn eerdere boeken te vinden.

AANRADER: The New York Trilogy (1985-1986)

Drie aanvankelijk apart verschenen grote-stadnovelles in de vorm van speurders- verhalen. In City of Glass wordt een detectiveschrijver, Quinn, aangezien voor een private eye met de naam Paul Auster (!); hij laat zich inhuren om een wetenschapswaanzinnige man te schaduwen die zijn zoon als proefkonijn negen jaar lang in een donkere kamer heeft opgesloten, maar raakt al speurend hopeloos verstrikt in de mysteries die hij probeert op te lossen. In Ghosts krijgt detective Blue van een zekere White de opdracht om ene Black in de gaten te houden, terwijl hij steeds minder snapt waarom. En in The Locked Room gaat de ikfiguur op zoek naar een oude vriend, de schrijver Fanshawe, die hem na zijn verdwijning niet alleen zijn manuscripten maar ook zijn vrouw en kind heeft nagelaten. In alle drie de verhalen gaat de hoofdpersoon aan zijn eigen identiteit twijfelen, is het einde open en wordt de lezer op een verrukkelijke manier op het verkeerde been gezet.