Claus, Hugo

<img src="http://www.nrcboeken.nl/files/images/auteur/afbeelding2/vmCLAUS9_95086.jpg" alt="vmCLAUS9_95086.jpg" title="vmCLAUS9_95086.jpg" width="560" height="528" class="imagefield imagefield-field_au_image_2" />
Vlaams dichter, romancier en toneelschrijver, (Brugge 05-04-1929 - Antwerpen 19-03-2008)

De eeuwige Nederlandstalige kandidaat voor de Nobelprijs was van alle markten thuis (hij was ook schilder en toneelregisseur en verfilmde onder meer Consciences Leeuw van Vlaanderen), en debuteerde als prozaschrijver in 1948 met de door Faulkner beïnvloede familieroman De Metsiers. Een groot aantal licht experimentele romans volgde, vaak gesitueerd op het platteland van West-Vlaanderen, agerend tegen de bekrompenheid van het katholicisme, en subtiel variërend op freudiaanse interpretaties van de Griekse mythen. Gelaagde, en door de kritiek geprezen tragedies als De verwondering (over een met de nazi’s collaborerend moederskind) en Omtrent Deedee (over een uit de hand gelopen familiefestijn) werden afgewisseld door vlotte maar zeer aanstekelijke tussendoortjes als Het jaar van de kreeft (1972), waarin Claus zijn relatie met de actrice Kitty Courbois verwerkte. De publicatie van het magnum opus Het verdriet van België betekende alles behalve het einde van Claus’ prozacarrière: in de jaren daarna schreef hij onder meer het superieure moordmysterie De zwaardvis (dat als boekenweekgeschenk werd uitgebracht) en het tweeluik De geruchten/Onvoltooid verleden, waarin zijn favoriete thema – de dodelijke Vlaamse hypocrisie – in vrije Vlaamse dialogen werd gegoten. Voor De geruchten kreeg hij in 1997 terecht de Librisprijs.

AANRADER: Het verdriet van België (1983)

Claus' familieroman over de oorlogsjeugd van de will-be-schrijver Louis Seynaeve is onder veel meer een studie in alledaagse collaboratie. Hordes Vlamingen heulden in de jaren 1940-44 met de bezetter, niet omdat ze geboren fascisten waren maar omdat ze in de Duitsers de kampioenen van de Groot-Dietse gedachte zagen. Claus beschrijft de vuile handen van de familie Seynaeve vanuit het perspectief van een puber die, na een verstikkende lagere-schooltijd op een nonneninternaat, rommelend (en onder het uit de operette geleende motto 'Toujours sourire, le coeur douloureux') de oorlog doorkomt en in 1947 zijn eerste succes als schrijver beleeft. Het verdriet van België is te lezen als een meedogenloze afrekening met de Vlaamse hypocrisie en de katholieke kleinburgerlijkheid, maar is in de eerste plaats een triomf van de stijl. De dialogen en anekdotes mogen dan geschreven zijn in wat Claus zelf omschreef als 'een artificiële taal (-) een soort esperanto', ze komen volkomen authentiek over zonder te zwemen naar streekromantiek. Over Conscience werd gezegd dat hij zijn volk leerde lezen; Claus leerde zijn schrijvende collega's hoe ze hun personages konden laten spreken.

Literair schema: