Haasse, Hella S.

<img src="http://www.nrcboeken.nl/files/images/auteur/afbeelding2/387598_45531.jpg" alt="387598_45531.jpg" title="387598_45531.jpg" width="395" height="600" class="imagefield imagefield-field_au_image_2" />
Nederlands romanschrijfster en essayiste, (Batavia 02-02-1918)

Ze wordt niet gerekend tot de Grote Drie van de naoorlogse Hollandse literatuur (Hermans, Reve, Mulisch); maar Hélène Serafia Van Lelyveld-Haasse, die in 1948 met het boekenweekgeschenk Oeroeg debuteerde, is een goede vierde. Was ze in de jaren 50 al een geliefd schrijfster van erudiete historische romans als Het woud der verwachting en De scharlaken stad, in de jaren 70 werd ze door de (geëmancipeerde) literatuurkritiek herontdekt als componist van labyrinthische boeken vol verwijzingen naar mythologie en geschiedenis. Vaak baseerde Haasse zich daarbij op de geschiedenis, zoals in haar lievelingsroman Een nieuwer testament, of in De tuinen van Bomarzo (1968), dat het midden houdt tussen een cultuurhistorisch essay en een roman over een mismaakte Italiaanse renaissancevorst.In de bestseller Heren van de thee uit 1992 komen drie belangrijke lijnen uit Haasses oeuvre bij elkaar. Het ware verhaal van de planter-pionier Rudolf Kerkhoven (1848-1918) is een documentaire roman van het soort waarin Haasse zich vanaf Mevrouw Bentinck of Onverenigbaarheid van karakter gespecialiseerd heeft: gebaseerd op brieven en documenten, die soms letterlijk geciteerd worden maar overigens 'gearrangeerd [zijn] volgens de eisen die een roman-aanpak stelt.' Daarnaast is Heren van de thee de eerste roman na Oeroeg die zich afspeelt in het Nederlands-Indië dat Haasse kende uit haar jeugd en dat een onuitwisbare indruk op haar heeft gemaakt. En ten slotte draait het in de roman om de moeizame verhouding tussen een autoritaire man en een verstikte vrouw die onder meer in de Bentinck-boeken (ook: De groten der aarde of Bentinck tegen Bentinck, 1981) een rol speelt.

AANRADER: Oeroeg (1948)
Het verhaal van de vriendschap - en het uit elkaar groeien - van een plantersjongen en de zoon van een inlander schetst op een subtiele manier de Indische trauma's van tienduizenden Nederlanders, die na de Tweede Wereldoorlog tegenover de mensen kwamen te staan met wie ze jarenlang in vrede hadden samengeleefd. De 'ik' uit Oeroeg voelt zich aan het eind 'voorgoed een vreemde in het land van mijn geboorte' en ondervindt daarmee hetzelfde als alle Indische Nederlanders die na de koloniale oorlog het veld moesten ruimen. Voor hem is dat extra pijnlijk omdat hij zich nooit neerbuigend heeft opgesteld en hij zijn vriend onder alle omstandigheden heeft verdedigd. Oeroeg is een sensibel geschreven lied van weemoed en verlangen, dat alleen al verbluft omdat het uit de pen van een debutant vloeide. Als prelude op de Indische boeken van Haasse, en vooral op het in 2002 verschenen Sleuteloog, verdient het een ereplaatsje in de naoorlogse literatuurgeschiedenis. Scholieren op zoek naar een dunnetje voor op hun leeslijst kunnen het slechter treffen.

Literair schema: