<img src="http://www.nrcboeken.nl/files/images/auteur/afbeelding1/A.F.Th_van_der_Heijden.JPG" alt="A.F.Th van der Heijden.JPG" title="A.F.Th van der Heijden.JPG" width="600" height="400" class="imagefield imagefield-field_au_image_1" />

Heijden, A.F.Th. van der

Nederlands romanschrijver, (Geldrop 15-10-1951)

Groot, groter, grootst – dat is het credo van Adrianus Franciscus Theodorus van der Heijden, die zich sinds 2002 A.F.Th. laat noemen. De in Nijmegen en Amsterdam als filosoof opgeleide schrijver begon zijn carrière bescheiden, met een verhalenbundel (Een gondel in de Herengracht, 1978) en een kleine roman (De draaideur, 1979) onder het pseudoniem Patrizio Canaponi. De twee boeken werden geprezen om hun on-Nederlandse stilistische uitbundigheid, een kenmerk dat ook overheerst in Van der Heijdens onder eigen naam verschenen magnum opus uit de jaren 1983-1996: de romancyclus De tandeloze tijd, die bestaat uit een proloog (De slag om de Blauwbrug), vier delen (Vallende ouders, De gevarendriehoek, Het hof van barmhartigheid/Onder het plaveisel het moeras en Advocaat van de hanen) en een intermezzo (het als boekenweekgeschenk verschenen Weerborstels). De eerste romans beslaan de memoires van Albert Egberts, een door zijn ongelukkige Brabantse jeugd en seksuele problemen getraumatiseerde man-in-crisis die streeft naar ‘leven in de breedte’: het stilzetten van de tijd door middel van het steeds verder laten uitdijen van de herinnering. In de latere delen ligt het perpectief bij personages die maar zijdelings met Albert Egberts in aanraking komen. De succesvolle cyclus bevestigde Van der Heijdens status als de belangrijkste schrijver van de generatie die de oorlog niet heeft meegemaakt; na de verschijning van voorlopig het laatste deel van ‘De tandeloze tijd’ concentreerde hij zich op een nieuw project, dat megalomane vormen dreigt aan te nemen: een zevendelige cyclus over een moderne Oedipus, waarvan de wel erg overladen proloog, De Movo Tapes, in 2003 verscheen, gevolgd door de novelle Drijfzand (2006) en Het Schervengericht (2007) waar hij de AKO Literatuurprijs mee won.

AANRADER: Advocaat van de hanen (1990)
Deel vier van 'De tandeloze tijd' is een epiloog bij het levensverhaal van Albert Egberts, die als min of meer gearriveerde operalibrettist alleen nog een bijrol speelt. Hoofdpersoon is zijn voormalige advocaat en rivaal in de liefde Ernst Quispel, een gewezen idealist met een eigenaardig drankprobleem (hij zuipt zich eens in het kwartaal een delirium) en een slecht huwelijk. Tijdens een van zijn drankgelagen is Quispel getuige van de dood van de krakersleider Kiliaan Noppen, wat hem er niet van weerhoudt om de verdediging van dit vermeende slachtoffer van politiegeweld op zich te nemen. Het wordt een fiasco. Quispel gaat langzaam op alle fronten naar de verdommenis, en eindigt zonder baan, zonder vrouw (die hem op het moment dat hij echt verliefd op haar wordt verlaat voor Egberts) en zonder illusies. Behalve een filosofische roman over de teloorgang van idealen en de onkenbaarheid van de werkelijkheid - het is tot op het laatst onduidelijk waaraan Noppen echt is gestorven - is Advocaat van de hanen ook een spannende politieke thriller, en daarmee het toegankelijkste deel van 'De tandeloze tijd'. Het boek geeft bovendien een prachtig beeld van Amsterdam in de jaren 1985-86, toen de confrontatie tussen krakers (de 'hanekammen' waarnaar de titel verwijst) en politie op een hoogtepunt was. Het pleit voor Van der Heijdens gevoel voor compositie dat zijn cyclus in dit laatste deel weer terugkomt bij het krakersgeweld dat ook in de op 30 april 1980 gesitueerde proloog (De slag om de Blauwbrug) een belangrijke rol speelt.