Mortier, Erwin

Vlaams dichter en romanschrijver, (Nevele 28-11-1965)

Volgens Erwin Mortier, kunsthistoricus en psychiatrisch verpleger, heeft kunst de taak om alles wat verdwijnt of in vergetelheid raakt, te bewaren. In zijn romans is dat in de eerste plaats zijn jeugd op het Vlaamse platteland, of beter gezegd: de manier waarop het leven zijn jeugdige hoofdpersonen overkómt. In zijn veelgeprezen debuut Marcel (1999) komt een jongetje heel geleidelijk achter het oorlogsverleden van zijn oom en grootouders; in het beeldschone Mijn tweede huid (2000) ontdekt een puber zijn homoseksualiteit; en in Sluitertijd ontrafelt een halfwees tijdens zijn zomervakantie een familiegeheim. Ook in Alle dagen samen (2004), de kortste novelle die Mortier schreef, maakt de lezer vanuit het perspectief van een klein jongetje kennis met een groot plattelandshuis en een markante Vlaamse familie. Mortier, die vooral beïnvloed is door Maurice Gilliams, schrijft in een nostalgische, ‘onthaaste’ stijl die soms in mooischrijverij verkeert, maar meestal zeer poëtisch overkomt. De stap naar het schrijven van gedichten (Vergeten licht, 2001) was voor hem dan ook heel klein. In 2005 werd hij voor twee jaar tot stadsdichter van Gent benoemd. De stadsgedichten die hij in die periode schreef, werden gebundeld in Uit één vinger valt men niet (2005) en Voor de Stad en de Wereld (2006) gepubliceerd en Stadsgedichten 2005–2006 (2007).